Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Genoeg

De meeste reclameboodschappen waaien langs me heen. Niet dat ik ongevoelig ben voor prikkels van buitenaf, maar ik hoor meestal wel wat er gezegd of gezongen wordt zonder dat het doordringt waar het precies over gaat. En als dat wel het geval is, doe ik er verder nauwelijks iets mee. Ik schreef het al eerder, maar een uitzondering is de bakker die boven zijn etalage een bord heeft hangen waarop Lekkere Koekenstaat. Ik fiets er vaak langs en als ik de winkel nader, denk ik al aan die woorden, terwijl ik helemaal geen rusteloos liefhebber van koeken ben. Ik stel me voor dat ik vraag: “Mag ik een Lekkere Koek van u?” Het is net alsof er in mijn gedachten een paar seconden nergens anders ruimte voor is dan voor die Lekkere Koeken, maar ineens ben ik de winkel alweer voorbij en neemt de strenge orde van de dag me over.
Gisterochtend vroeg hoorde ik op de radio een reclame voor de Staatsloten. Dat je ze die dag nog kon kopen. Ik doe dat al een jaar of twintig iedere maand, bijna iedere maand, en ik heb nog nooit een bedrag gewonnen waarvan ik een sprongetje maakte. Wel soms `iets’, maar nooit meer dan dat. Toch heb ik het gevoel dat ik door dat béétje gewonnen geld voor niets speel. Is niet zo, ik weet het. 
De loten koop ik altijd in dezelfde winkel (dat moet van mijn bijgeloof), een winkel vol rookartikelen, tijdschriften en erg lelijke geinige dingetjes. De uitbater en ik spreken altijd even over mijn loten, vluchtige gesprekjes. Vorige maand vroeg ik:
“Maar als ik meer dan 1000 euro win, betalen jullie dat niet uit, maar dan moet ik naar het kantoor van de Staatsloterij?” De man dacht even na, net iets te lang. Eigenlijk wist ik genoeg. Eindelijk! Gisteren nog steeds.