Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Werkvlees

Op de radio hoorde ik een fragment van een gesprek over het verschijnsel winterdepressie. Ik heb daar zelf geen last van, geloof ik, hoewel ik minder van de winter houd dan een paar jaar geleden. Ik heb nu weer zin in de zomer, in ieder geval in dagen met meer en langer licht.
Het licht is trouwens de belangrijkste oorzaak van een winterdepressie, begrijp ik. Dat het er maar een uur of acht per dag is. Daarom zijn mensen ook met lichtbakken in de weer. Een depressiedeskundige die zei dat er gedrag was dat op een winterdepressie wees. Je gaat vaker vroeg slapen zonder dat je ervan uitgerust raakt. En je eet meer. De deskundige had het zelfs over volproppen.
Toen kwamen er hier mensen op bezoek die allerminst aan een winterdepressie leden, integendeel, enorm integendeel. Na hun vertrek dacht ik nog even over dat eten na. Ja, ik eet meer dan anders, maar dat komt ook doordat het kouder is. Vooral in een koude namiddag krijg ik enorme trek in van alles. Als ik door de stad loop en bijvoorbeeld de geur van patates frites ruik, dan is het mis. Volproppen is een groot woord maar ik zet fors in, om het zo maar eens te zeggen. Ik hoop niet dat dat het begin is van een winterdepressie.
Als ik in de namiddag thuis ben, heb ik er minder last van. Ik verdwijn vaak in mijn fantasie. Dat kan ik ook om iets te eten. Pak ik er een stuk bij van Ellen Willems die in deze krant over restaurants schrijft en lees bijvoorbeeld: “Het is ouderwets werkvlees uit de vang van het rund dat goed is gegrild. Een wat grovere structuur, maar met een heerlijk smaak in de sappen en licht vet door het vlees heen.” Ik ben geen fanatiek vleeseter, maar hier proef ik het en er komt een lach in mijn humeur.