Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De rijke kwaliteit van Alice Munro

Er zijn passages in boeken waarin ik soms ineens zin kan hebben. Loop ik naar huis en neem ik me voor meteen even zo’n passage op te zoeken. In het nieuwe pas vertaalde boek van Alice Munro bijvoorbeeld. `Te veel geluk’ heet die verhalenbundel, een titel die trouwens meteen om aandacht vraagt. Er staan veel passages in die zich dwingend in je gedachten vestigen, en waarin je dus zin kunt krijgen. Ik neem er een, het is maar één zin: `Ze ging de trap op en kwam in het zonlicht naar buiten en bleef staan, terwijl mensen uit allerlei culturen zich gehaast een weg langs haar heen baanden.’

         Kan niet beter, denk ik dan. Daar staat alles wat er moet staan. Ook al weet je niets van de rest van het verhaal, het is duidelijk wat er hier aan de hand is: dat zonlicht is natuurlijk veel te véél zonlicht, je kunt er moedeloos van worden, je voelt je verdwaald, daarom blijf je ook staan, je kunt je even niet bewegen, je bent ontheemd midden in de wereld die veel te groot is, en die hele wereld beweegt zich onrustig en ook lástig om je heen.

         Het is ook een typische Alice Munro-zin, een schrijfster die zo terloops veelzeggend kan zijn. Nog niet zo lang geleden maakte ze bekend te stoppen met schrijven, een melancholiek stemmende beslissing. Ze is in de tachtig, misschien vindt ze het tijd nog iets anders met haar leven te doen. Ik moet denken aan het slot van een ander verhaal in dit boek: `En mogelijk was haar leeftijd nu een bondgenoot, waardoor ze iemand aan het worden was die ze nog niet kende. Ze heeft het op de gezichten van sommige oude mensen gezien: die heldere, tevreden blik, terwijl ze op hun zelfgekozen eiland zitten.’

         Wat een prachtige mededeling over ouderdom, over de kwaliteit van ouder worden. Het zijn woorden die iets aan je leven toevoegen. Als je je afvraagt wat kunst moet doen: dit.

         Alice Munro valt om veel te bewonderen, niet alleen om de zinnen die ik hier citeer. De beste verhalenverteller uit de wereldliteratuur was Tsjechov en alle schrijvers van korte verhalen die na hem kwamen, restte niets anders dan opnieuw uit te vinden wat hij zo adembenemend liet zien. Alice Munro schrijft meestal lange korte verhalen, maar gaat superieur om met wat zij van Tsjechov leerde. Dat zijn een paar dingen, allereerst de informatiekwestie: over wie gaat het en wat is er min of meer aan de hand? Dat laatste moet dus fascinerend zijn gedoseerd, dus niet meteen alles duidelijk maken, maar net genoeg om de aandacht van de lezer sterk op te eisen. Voorts moet er ook iets komen wat de hoofdpersoon dicht bij die lezer brengt, zodat die lezer kan denken dat die hoofdpersoon om de hoek kan wonen, deel uitmaakt van hetzelfde dagelijks leven. En verder moet het verhaal niet te zeer opgetuigd zijn, het moet to the point blijven. Wat daarbij helpt is als het voortdurend in beweging is. Die beweging moet bij de eerste woorden al op gang komen.

         Ik pak het eerste verhaal erbij, eerste zin: `Doree moest drie bussen nemen: een naar Kincardine, waar ze op die naar London wachtte, waar ze dan weer op de stadsbus wachtte die naar de inrichting ging.’

Het belangrijkste woord in deze zin is natuurlijk `inrichting’. De naam van de hoofdpersoon kennen we ook en we weten dat het haar tijd kost om bij die inrichting te komen. Maar liefst drie bussen. En wachten. In de volgende zin wordt het duidelijk dat de afstand ruim honderdvijftig kilometer is. En deze eerste alinea eindigt met: `Ze zou al dat gezit, in de bus en in de wachtkamers, niet erg moeten vinden, want in haar dagelijks leven was geen sprake van zitten.’

         We denken dan: ah, wat is haar dagelijks leven dan? En doordat er staat dat ze het niet erg zou moeten vinden, dat gezit, vindt ze het dus wel erg. Waarom vindt ze dat?

         Dat zijn dus de vragen die je bij het verhaal betrekken. In de volgende alinea wordt iets over haar werk verteld: kamermeid in een hotel. En ook dat ze tevreden is met dat werk. Laatste zin van deze alinea: `Ze wilde geen baan waarin ze met mensen zou moeten praten.’ Daar willen we natuurlijk ook graag meer van weten, ook omdat de nieuwe alinea begint met: `Niemand van de mensen op haar werk wist wat er gebeurd was. Of als ze het wel wisten, dan lieten ze het niet merken.’

         Daar is Alice Munro ook sterk is: de techniek van het uitstellen. Het verhaal heeft vaart en ondertussen zorgt ze ervoor dat we nog ergens van uit de buurt blijven. Snel wordt het helder dat er iets rampzaligs is gebeurd, maar nog niet wat natuurlijk.

Het personage moet echter ook nog dicht bij ons eigen leven komen. Hoe doet de schrijfster dat? Doree zit in de derde bus en leest borden, reclame- en straatnaamborden. Ze doet een spelletje om haar gedachten af te leiden (want dat is uiteraard enorm nodig!). Wie kent dat spelletje niet: van willekeurige woorden nieuwe woorden maken. Van `koffie’ maakt Doree `of’ en `ik’ en `fik’ en `kef’. Je doet meteen met haar mee, want meent dat er nog meer in moet zitten. Toen ik pas kon lezen, deed ik dat ook graag. Ik zie me nog aandachtig naar het woord `pindakaas’ kijken.

Het allerbelangrijkste van het werk van Alice Munro is wat ik net al opmerkte: je wordt er rijker van. Ja, het zijn verhalen die veel over het leven leren, over wat moet blijven en wat liever niet, over de hoofd- en bijzaken, over hoe om te gaan met mensen en wat je elkaar alsjeblieft niet moet aandoen. Over zorgvuldigheid. Over zorgzaamheid.

En dan dus die zinnen die zo eenvoudig lijken, maar toch karakteristiek zijn, die iets kunnen typeren zoals het nog nooit getypeerd is. Op bladzijde 125 gaat het over een bibliotheek. Lees maar snel. En dan weer opnieuw.

 

 

Alice Munro

Te veel geluk

Vertaald door Pleuke Boyce

Uitg De Geus, Breda