“O, je zet de tassen daar neer.” Het is vroeg op de dag. Ik passeer een man die voor een auto staat en op de stoep bevindt zich nogal wat bagage. Die moet in die auto. Ben op weg naar de sportschool waar ik eerst geen zin in had, maar nu wel, opgelucht als ik ben dat ik geen aut... lees meer
In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Gat
Graag lees ik in het café op de hoek in de namiddag de avondkranten. ’s Avonds is het er druk, maar dan niet. Ik lees er niet alleen, zit vooral zacht te dagdromen. Gisteren komt er een Amerikaans echtpaar binnen. Dat het Amerikanen zijn zie ik meteen. Het is alsof ze met veel te grote handen iets kleins willen bekijken. Zo lopen ze ook, voorzichtig. Ze raadplegen de kaart en bestellen twee glazen witbier, hij een groot, zij een klein. Daarbij voert hij het woord, zij kijkt zijn woorden vertederd na. Hij blijft de kaart bestuderen en wenst bitterballen. Ik zit aan de bar, met de krant, en vanuit een ooghoek volg ik het allemaal aandachtig. Als de bitterballen arriveren, begrijp ik dat de man al vaker in Nederland was. De vrouw niet. Hij doet alsof hij een man van de wereld is en wil iets te luchtig met de eerste bitterbal omgaan, zoals Amerikanen meestal doen met grappig voedsel. Hij duwt de bal lachend gretig in zijn mond. Wij weten allemaal dat dat niet handig is. Ja, zijn hand gaat wild wapperend naar zijn lippen, zijn hele hoofd kreunt woest, het is alsof hij van iets bezeten is geraakt. Zijn vrouw beziet hem nog steeds vertederd, wat ik sympathiek vind. Mijn gedachten maken zich even los van dit tafereel. In de Verenigde Staten zijn bitterballen niet verkrijgbaar, nergens in de wereld, geloof ik. Mijn zusje woont in Griekenland en zij denkt dat het een gat in de markt is, bitterballen. Misschien moet ik in mijn leven nog één grote slag slaan. Ergens in mij begint het woord `imperium’ te stralen.
Columns
-
-
Eergisteren was in een deel van het land het treinverkeer ontregeld. Een treindienstleider had zich ziek gemeld. Vandaar. Woordvoerder van ProRail zegt: “We hebben nog geprobeerd een invaller te vinden voor de ochtenddienst, maar er bleek niemand beschikbaar.”
-
Al een tijdje was ik niet in het grote stadpark hier in de buurt geweest. Wel in andere parken, kleinere, ik kan niet zonder. Rechts van een van de ingangen is een hondenschool. Naast een kinderdagverblijf - er zijn verbanden tussen alles. Hondenschool is een groot woord, het is... lees meer
-
Pieter Omtzigt houdt de spanning er goed in. Hij weet ook hoe dat moet. Na Prinsjesdag verschijnt hij weer ten tonele. Met een lezing over zijn boek, dus twee vliegen in één klap. Maar dan? Wat gaat hij doen?
-
Al levenslang hecht ik eraan op maandagochtend vroeg uit de veren te zijn: dan is dag maar begonnen. Soms geef ik me een opdracht, bijvoorbeeld: zorg ervoor dat je binnen vijf minuten zin krijg in de nieuwe week. Nu krijg ik dat meestal wel zonder die opdracht, maar ik vind het... lees meer
-
Je loopt bijvoorbeeld over de markt, ziet een vage bekende en hebt vandaag iets anders aan je hoofd dan een praatje, je bent immers in gedachten, soms een van de beter plaatsen om te zijn. Je maakt er van alles mee en komt er heel veel tegen, ook diverse verrassingen. In gedacht... lees meer
-
Maandag arriveerde een groepje mannen in oranje pakken. Met een hoogwerker. Ze kwamen voor de boom die de iepenziekte had. Daarom had eerder een deskundige een plastic lint om de boom gespannen waarop stond dat de boom verwijderd zou worden. Maandag hielden we ons hart vast. Een... lees meer
-
Of ik het dadelijk volhoud de hele openingsceremonie in Tokio mee te maken, weet ik nog niet, in ieder geval een groot gedeelte. Ook omdat ik nieuwsgierig ben hoe het gaat nu eergisteren de regisseur van het evenement ontslagen is, maar ik neem aan dat er een assistent is die va... lees meer
-
In 1961 werd Joeri Gagarin als eerste mens de ruimte in geschoten. Ik herinner me de sensatie nog. Voor het eerste hoorde ik mijn moeder zeggen: “Wat kunnen ze toch veel tegenwoordig.” Op school zei de onderwijzer: “Over 25 jaar kamperen we op de maan.” Hij sprak die woorden no... lees meer
-
“We zien wel.” Ik zeg het liever niet en hoor het ook niet graag. Komt door de eerste periode van mijn leven. Volwassenen zeiden het vaak. Dan wilde je iets, terwijl je uiteraard niet te willen had, en dan zei bijvoorbeeld de onderwijzer of een autoritaire tante bij wie je moest... lees meer
-
Misschien hoort dat bij een nabije toekomst: dat wanneer je ergens op bezoek bent geweest, een dag later moet laten weten wat je ervaringen tijdens dat bezoek waren. Evaluatie. Min of meer dagelijks ontvang ik dat verzoek van een winkel of instelling die me van dienst was. Eigen... lees meer
-
Wanneer ik een sportwedstrijd heb gekeken of beluisterd, zet ik na afloop de televisie of radio meteen uit. Heb zelden behoefte aan een nabeschouwing en wil vooral niet het antwoord horen op de vraag hoe iemand zich voelt of: “Wat ging er door je heen?” Je zou zeggen dat die vra... lees meer
-
Het is niet druk op de fitnessclub, drie mannen en de coach, geen man. Als ik ben gaan zitten op de fiets die nergens heen gaat, zegt ze dat we vandaag twee heuvels nemen. Die heuvels stelt ze in op het kleine beeldscherm naast het stuur. Links van me staat een ander scherm, een... lees meer
-
Op de hoge oude boom hier voor het huis hing iemand begin dit jaar een papier waarop in groot letters staat: Red mij! De straat wordt ergens in de komende zes jaar gerenoveerd en daarom moet die boom waarschijnlijk weg, vanwege de wortels die nieuwe plannen verstoren. Wij, bewon... lees meer
-
Veel lijstjes kunnen me bekoren, vooral wanneer je je aangespoord voelt er zelf ook een te maken. Bijvoorbeeld een lijstje van de beste films die je kent. Of van dingen die je niet meer doet.
