Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Goedgekeurd

Als je niet vaak televisie kijkt, heb je meer tijd voor andere nutteloosheid. Houd ik me niet vaak mee bezig, maar soms kan het rustgevend zijn, vooral wanneer je veel nuttigs voor je kiezen hebt gekregen.
Zo las ik gisteren een artikel dat handelde over de stropdas. Erboven stond: ‘De stropdas is niet langer een symbool van formaliteit en conformisme, maar een modeaccessoire.’ 
De stropdas krijgt dan ook een andere uitstraling, wordt méér dan een stropdas. Ik stopte snel met lezen, want wilde er even over nadenken.
Ik ben van de prins Claus-school. Hij zwoor in 1998 de stropdas publiekelijk af. Tijdens een toespraak ontdeed hij zich ervan. Duidelijk was dat hij het een belachelijk en benauwend ding vond. Zijn vrouw, toen onze koningin, knikte instemmend en vrolijk. Daarmee was de afwezigheid van de stropdas dus koninklijk goedgekeurd.
Dat is niet tot iedereen doorgedrongen.
Ik heb er nooit tegen gekund, tegen de stropdas dus. Niet alleen omdat ik me mét altijd een beetje ingepakt voelde, maar ook, misschien raar, omdat ik het zo’n lelijk kledingstuk vond, lelijk door de volstrekte overbodigheid ervan.
Begon ergens in mijn pubertijd. We moesten naar een familiebijeenkomst. Normaal waren die losjes en rommelig, maar nu blijkbaar niet, want mijn moeder zei: ‘Je moet wel een stropdas om.’ Ze zag mijn asgrauwe verontwaardiging: ‘Voor mij hoeft het niet, maar doe het nou voor oom Richard.’
Ja, die was jarig of jubileerde of werd ridder, ik weet het niet meer, maar ik kon en wilde me geen voorstelling maken van wat een stropdas voor die oom betekende. Hoe kón dat belangrijk zijn? Wat was je voor iemand om dat belangrijk te vínden?
Best een tijdje geleden, maar puberteit was de toekomst.