Jano van Gool

In de Pers

Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Spuug

In het journaal zag ik zaterdagavond hoe een gebedsgenezer in Tilburg door een stuk of acht politiemensen werd weggevoerd. Ook te zien was hoe hij kort daarvoor zijn hand plechtig op het achterhoofd van een vrouw legde en haar indringend aankeek. Hij zei iets tegen haar, maar dat ontging me, omdat ik wist wat er ging gebeuren. De politie naderde. Koude avond, koud licht, rusteloze omstandigheden. De gebedsgenezer ging mee zonder amok te maken.
Zijn naam is Tom de Wal. Ik zocht zijn specialisme op: hij kon mensen genezen van kanker, autisme en homosexualiteit. Bont geheel. Ik begrijp dat er donateurs zijn die hem een financieel zorgeloos bestaan bezorgen. En zijn vrouw ook. Kan allemaal. Ben blij dat mijn ouders het niet meer mee hoeven te maken.
Ik herinner me dat er in hun tijd, van mijn ouders dus, op een pleintje in de buurt een grote tent was opgetrokken. Het was zomer, dus niet koud, ook geen koud licht. Doek van de tent was donkerbruin. Er was daar ook een gebedsgenezer aan het werk. Uit Amerika. Zijn komst was lang daarvoor aangekondigd. Mijn ouders zeiden: `Een volslagen idioot.’ Ze kenden niemand die naar die tent ging.
Kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen, sloop er in de warme vooravond heen, keek door een spleet van het harde tentdoek en zag een intens huilende mevrouw op een stretcher die door de gebedsgenezer krachtig werd betast.
Waarom ik me omdraaide weet ik niet, maar ik deed het en zag voor de ingang een oud meisje staan, met een geblokte rok aan en een rood jack. Haar bruine haar kleefde om haar hoofd. Ze keek verdrietig en bewoog zich niet. Behalve haar mond die iets prevelde wat spuug veroorzaakte.
Ik vluchtte angstig naar huis, zweet in mijn ogen.