In de Pers
Recent
Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd
Verfijning
In mijn omgeving zie ik er geen, ik ken ook niemand die er weleens heen gaat: de sloopkamer. Misschien heet het anders, maar die term kwam ik tegen toen ik er voor het eerst over las.
Tegen betaling kun je servies, kleine meubels, apparatuur kapot gooien. Het doel is dat je wat spanning, vooral woede kwijt bent en er daarna weer tegen kan. Waartegen is niet altijd precies te zeggen, maar dat is een detail waar het niet om gaat. Het helpt.
Ik schreef er hier al eens eerder over: op een Koningsdag kon je op het plein hier in de buurt ook lekker met borden tegen een speciaal opgetrokken muurtje knallen. De leiding had een vrolijk meisje dat je hartelijk aanmoedigde. Terwijl ik bezig was, dacht ik aan een paar problemen die in me zeurden, en echt waar, die vervaagden een beetje.
In de wereld van proftennissers gaat het ook gangbaar worden. Sommige spelers moeten hun racket kapotslaan. Dat doen ze het liefst ongezien, maar zoals we weten kan er in deze tijd haast niets ongezien en ongefilmd gebeuren.
De `uitraaskamer’ (rage room) is daar in opkomst. Beter woord dan sloopkamer, want dat heeft een wat al te negatieve uitstraling. Uitrazen moeten we soms allemaal
Ik las tenniscommentator Marcella Mesker erover. Toonbeeld van beschaving, maar ze vindt het een nuttig plan: `Ik vraag me alleen af of ze zich kunnen inhouden tot de ze rage room hebben bereikt.’
Misschien kan het beséf van de aanwezigheid van die ruimte al veel veroorzaken. Ja, we moeten, niet alleen tennissers, naar die verfijning toe: in een situatie waarin je zacht begint te koken, stel je je al voor dat je van alles stuk gooit. Kwestie van oefening, denk ik. Concentratie ja. En dan hoef je niet meer. Word je beter van!
