Een week geleden noemde Brandpuntpresentator Fons de Poel GroenLinks Kamerlid Jesse Klaver `snotneus’. Niet privé, maar ter afsluiting van de uitzending. Dit omdat het Kamerlid tegen de topman van ABN Amro zei dat hij diens antwoorden over de gang van zaken rond bonussen `stuitend’ vond en `ik wil niet weten in wat voor universum u eigenlijk leeft’. Ik vond dat uitstekend gezegd, maar Fons de Poel niet, wat natuurlijk ook komt doordat hij af en toe een schnabbeltje heeft bij de ABN Amro. En niet alleen daar. Waarschijnlijk moet hij opstappen.
Hoe poetsen we onze tanden? Wat het effect ervan? Overmorgen promoveert een geleerde op deze kwestie. Hij heeft de boel duchtig onderzocht. Ben blij dat zoiets gebeurt. Het brengt wat rust aan in deze snelle tijd. Wat ik overigens ook met het tandenpoetsen zelf probeer te doen. Daarover dadelijk. Het is een thematiek waarover ik zoveel mogelijk wil weten, niet alleen omdat ik altijd op mijn donder krijg van de mondhygiëniste. Eerst prijst ze mijn gebit, daarna gaat ze hárd details behandelen.
De politie moet een sireneprotest niet aankondigen! Beter is het als het onverwacht opklinkt en wij ons afvragen wat er aan de hand is. Als je het van tevoren weet, heeft het veel minder effect. Het is tragisch dat de politie actie moet voeren voor betere financiële omstandigheden. Hetzelfde geldt voor werkers in de gezondheidszorg. Nederland is een rijk land en het is belachelijk dat deze beroepsgroepen karig behandeld worden.
We bezoeken het Palingsoundmuseum in Volendam, vier vrienden en ik. Het bevindt zich op een zolder boven een palingrokerij waaraan een restaurant verbonden is waar je vooral paling kunt eten. `Klein maar fijn,’ zegt de vrouwelijke ober bij wie we de kaartjes kopen. En: `Het licht gaat vanzelf aan als jullie boven komen.’ Het is een knus, iets te warm, maar informatief museum. Als we even later beneden paling zitten te eten, vertelt de vrouw van zojuist ons ongevraagd hoe het met Piet gaat, ooit zanger van The Cats, godfather van de palingsound.
De conductrice is in een andere coupé met een reiziger in gesprek. Ik zie alleen haar achterkant, maar weet toch zeker dat ze alles te maken heeft met de lente die eindelijk echt begint te popelen. Ook is het duidelijk dat de reiziger iets niet goed geregeld heeft. Soms is dat ook moeilijk. De conductrice is nu al een minuut of vijf met hem bezig – ik zie hem niet, maar vermoed dat het een man is. Ik houd de boel een beetje in de gaten, want misschien wordt de conductrice dadelijk wel belaagd.
Als we wachten in de wachtruimte van een polikliniek, is ons wachten anders dan in bijvoorbeeld de wachtruimte van het gemeentehuis. Sta je haast nooit bij stil, maar toen ik gisteren in het gemeentehuis zat, viel het me op, ook omdat ik hiervoor werkelijk álle tijd had. In de polikliniek zijn we in een andere stemming. Ons lichaam heeft een gebrek, faalt en behoeft zorg. In het gemeentehuis is dat misschien ook het geval, maar daarvoor zitten we daar niet. Nee, we hebben iets nodig, een document, een vergunning en we weten dat zoiets niet zómaar gaat.
Een linkse vuist – dat hoor ik altijd graag. Ik lees dat de voorzitter van de PvdA, Hans Spekman, en Femke Halsema, voorheen in de top van Groen Links, die vuist graag willen. Femke Halsema heb ik hoog, ook om redenen die ik binnen de beperkte ruimte van dit stukje niet uiteen kan zetten. De heer Spekman en ik komen elkaar weleens tegen en dan groeten we elkaar of we een aangename afspraak hebben zonder dat we ons kunnen herinneren wat die ongeveer behelst. Ik bedoel: er is een soort band. Kan me dus voorstellen dat ik ook aan tafel zat toen het over die vuist ging.
Erg vaak denk ik: te laat, had ik eerder moeten weten of had eerder bekend moeten zijn. Ik lees nu dat zittenblijven geen zin heeft. Op school dus, maar dat zal duidelijk zijn, want waar anders kan een mens gedoemd zijn tot zittenblijven? Ik zie ook nu pas dat het één woord is, een log woord waarin nauwelijks beweging zit. De Inspectie van Onderwijs heeft dat onderzocht, dus dan is het waar. Aan mijn schooljaren denk ik met gemengde gevoelens terug. Het leven eromheen beviel me, maar dat kan ik niet zeggen van de lesuren.
Sommige dingen zijn zo lelijk dat ze juist daardoor ook iets aantrekkelijks hebben. `Dingen’ zie ik ruim, ook straten en gebouwen. Als iemand zegt dat iets niet om aan te zien is, ga ik toch even kijken, want het is door mensen gemaakt en die mensen hebben erover nagedacht, misschien met elkaar over gesproken, ik bedoel: het is niet zómaar ontstaan. Ik krijg ook weleens een lelijk ding, bij wijze van cadeau. Het wordt me niet gegeven om me te tergen, nee, het is een verrassing en afkomstig uit een ver land, waar men andere opvattingen heeft over wat mooi is en wat niet.
Vaak zit ik in de trein, maar nog nooit maakte ik mee dat de conducteur werd bedreigd of aangevallen. Afkloppen. Dikwijls vraag ik me af wat ik zou doen. Ik ben niet laf, maar me wel bewust van mijn beperkingen. Ik heb, wat dan heet, een stevig postuur, maar mis de vaardigheid dat trefzeker te exploiteren. Maar er komt hulp. De stichting waarvan Pieter van Vollenhoven voorzitter is, vindt dat burgers geleerd moet worden zich krachtig in te zetten. Het voorstel is een cursus. Het doel van die cursus is een gang van zaken die uit drie stappen bestaat: 1.