Toen ik nog drie keer per week hardliep, deed ik dat het liefst zo ongezien mogelijk. Het leek me immers geen gezicht. Misschien moest je dat soort schaamte voorbij zijn, maar dat lukte me niet. Ik ging in alle vroegte, gehuld in onthutsende sportkleding, de buitenlucht in, ook omdat ik het graag zo snel mogelijk achter de rug wilde hebben. Ik rende ongeveer acht kilometer, eerst in de bebouwde kom, dan door de vrije natuur en uiteraard weer door de bebouwde kom terug naar mijn huis.
Nieuwjaarsdag mag van mij altijd snel voorbij zijn. Het is een raar soort `tussendag’ die energie absorbeert zonder dat die energie in iets omgezet wordt. Toen ik niet al te laat wakker werd, had ik meteen behoefte aan een standpunt, geen groot standpunt, maar een kleintje. Ik dacht: ik ga dadelijk niet raar mee zitten klappen met de Radetzkymars en ook niet veel te lang naar de schans in Garmisch Partenkirchen staren, En zeker niet naar de nieuwjaarsreceptie in het stamcafé, waarbij `het woord `receptie’ in geen enkel opzicht smaakvol de lading denkt.
Het is altijd hetzelfde op de laatste dag van het jaar. Dan ga ik dus telkens ontzettend serieus beseffen dat ik iets voor het laatst doe, in dit jaar waarvan bijna geen spat meer over is. Zojuist voor het laatst geschoren. Ik noem maar wat. Ik denk daar iets bij, terwijl ik die gedachten geen duidelijke richting kan geven. In een fase van mijn leven die ver achter me ligt – jaren zeventig van de vorige eeuw – was er vaak een`evaluatie’, zo vaak dat ik er een hekel aan kreeg. Ook aan het woord. Kort daarna kwam ik in omstandigheden waarin ik het niet meer hoorde.
Er hangt ook iets zwaars in deze dagen. Ik heb het nu niet over de melancholie die bij het einde van het jaar hoort, want iedereen zal een geheel eigen vorm hebben gevonden daarmee leefbaar om te gaan. Nee, het gaat hier weer over sociale vaardigheden die zich schraal kunnen manifesteren. Ik doel op ons wensgedrag, om het zo maar eens te noemen. Je komt mensen tegen, vrienden, vage bekenden, die je eind van de week of volgende week weer zult zien. Normaal is dat geen punt, maar nu moet je iets zéggen.
Vrijdagavond waarschuwde de NS op mijn telefoontje: `Morgen zaterdag 27/12 rijdt NS een aangepaste dienstregeling vanwege de verwachte sneeuw.’ Ook al hoefde ik niet met de trein, toch handig te weten. Bovendien voelde ik opluchting. Toen er vorige winter even sprake was van natte sneeuw en ik in Maastricht in de trein stapte, was ik een werkdag later thuis. Ik overdrijf, maar dat doet de NS ook met die aangepaste dienstregeling. Een aangepaste dienstregeling wil meestal zeggen dat er géén dienstregeling is.
Lang geleden dat ik op kerstavond een kerk bezocht. Er zijn veel mensen die normaal nooit gaan, maar vanavond wel. Dat vinden ze er dan bij horen. Of ze houden van de sfeer die op zo’n avond speciaal is. Snap ik. Paar jaar geleden deed ik een poging, maar ik kon nergens terecht, want alles zat vol, wat misschien een goed teken was. Vanavond zitten we met wat familie bij elkaar. Het is dan de gewoonte het hoe dan ook even over Kerstmis te hebben. Bij ons thuis werd de kerstboom een paar dagen ervoor opgezet, dus niet meteen nadat Sinterklaas zijn hielen had gelicht.
Udo Jürgens dood. Lang niet meer aan hem gedacht. Kende zijn werk nauwelijks, wist bijvoorbeeld niet dat `Geef mij je angst’ van André Hazes en later Guus Meeuwis een vertaling was van een lied van hem. Ik begrijp dat nummer niet helemaal, maar ik vind het erg goed. In 1966 won hij het songfestival. Lijkt lang geleden, maar is het niet. Ik was dertien jaar en herinner me die avond levendig. `Het was stil op straat’ – dat was de typering van zo’n avond. Bij ons thuis was de huiskamer vol.
Door het huis lopend zie ik nogal wat kerstbijlagen van kranten en dubbeldikke nummers van tijdschriften. Ik geloof dat ik dit weekend misschien wel twintig interviews las en waarom ik zoiets doe, weet ik niet. Soms zijn het mooie, zinvolle gesprekken, bijvoorbeeld met nabestaanden van slachtoffers van de aanslag op het vliegtuig afgelopen zomer. Over wat je van de dood over je leven kunt leren. Maar helaas ook veel ijdeltuiterij. Dikwijls is ijdelheid milieuvervuilend. Wat bijvoorbeeld strafpleiter Theo Hiddema uitkraamt.
Toen ik gisterochtend rond zeven uur door de wind werd gewekt en niet door de wekker, vroeg ik me af: wat is de gedachte? Dat moet je je soms afvragen. En met de gedachte bedoel ik de gedachte die dat moment tot niet zomaar een moment maakt. O ja, ik moest naar de fitnessclub. Terwijl ik daarheen fietste in het brakke ochtendlicht, zwiepte de regen tergend in mijn gezicht, begeleid door tegenwind. Weer vroeg ik me af: wat is de gedachte? Die is dat het me het beste lijkt de fitnessactiviteiten aan het begin van de dag af te handelen, dan zijn die tenminste achter de rug.
Vanavond is het Oranje jaaroverzicht op televisie. Ik hoorde het gisteren aangekondigd en gaapte meteen. De aankondiging beloofde dat het ook zou gaan over de eerste nationale ramp van onze koning. Bedoeld werd de aanslag op de MH17. En natuurlijk hoe de koning daarmee omging. Daar is verder niets op aan te merken. Wel vond ik de aankondiging een beetje vreemd. De eerste nationale ramp. Alsof dat een aanbeveling is naar het programma te kijken. Een lokkertje.