Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Feest

Perron station Den Bosch, zaterdag: man en een vrouw, dertigers, met tussen hen in een meisje van een jaar of vijf, verkleed als heks, in het zwart, ook een grote zwarte punthoed, op haar gezicht zwarte vlekken, ook een op het puntje van haar neus. Ze heeft iets te grote, gloednieuwe witte gymschoenen aan, niet bij uitstek het schoeisel voor een heks. 
Nou ja, weet ik niet. Een heks van nu is een andere dan die uit de dreigende verhalen van toen. Ik heb een vriendin die heks is en daarover ook boeken schrijft, en aan haar is niet hekserigs te zien, integendeel. Heb er wel aandacht voor als we in een café tegenover elkaar zitten, maar die aandacht levert niets op.
De ouders van het meisje zijn érg zichtbaar klanten van een tattooshop, misschien hebben ze er zélf een en lopen ze een levende advertentie te zijn. Van Halloween, want daar gaat het allemaal om, heb ik geen verstand, maar ze kunnen vast zo aanschuiven.
Ja duidelijk, het meisje is op weg naar een Halloweenfeest, haar ouders brengen haar, maar ze kijkt niet vrolijk. Waarschijnlijk doen heksen dat van nature niet (behalve mijn vriendin), maar het is meer dan niet vrolijk, zelfs een beetje verdrietig.
Misschien wil ze helemaal niet naar een feest of wil ze geen heks zijn. Het zijn haar ouders die het een leuk idee vonden. En misschien ook haar omgeving, maar daar moet ze wel per trein heen, anders zag ik haar niet op een perron op een mistige zaterdagochtend.
Ik ben mijn ouders voor veel dankbaar, ook voor dat ik me nooit hoefde te verkleden. In mijn latere leven wel, vluchtige geliefden die me naar carnaval sleepten: ‘Zet maar een hoedje op en doe lekker gek.’ 
Jaren en jaren geleden, maar weer wanhoopstranen in mijn ogen.