Paar jaar geleden bezocht ik in Denemarken het Louisiana Museum of Modern Art, in de buurt van Kopenhagen. Denemarken vind ik een mooi land, maar niet echt spectaculair, wat ook niet hoeft, maar dat museum is dat wel.
Een museum bezoeken heeft op mij hetzelfde effect als overdag naar de bioscoop gaan: je komt anders naar buiten dan je naar binnenging en daardoor is er ook iets gebeurd met de kleine buitenwereld. Je kijkt met andere ogen, dat zal het zijn.
De computer gebruik ik zo’n beetje de hele dag. Niets ingewikkelds: schrijven, mail, muziek, bankzaken. Dat laatste klinkt grootster dan het is, het zijn piepkleine bankzaken waarmee ik me ongeveer één keer per week moet bezighouden.
De laatste dagen denk ik soms na over een rij. Een rij wachtenden, bedoel ik. Bijvoorbeeld in de supermarkt waar er voor de zelfscankassa’s een langere rij staat dan voor de kassa’s waarachter een caissière zit. Waarom is dat? Kan de behoefte contactloos te betalen zo groot zijn dat je daarvoor best in de rij wilt staan? Is hiervoor een psychologische verklaring?
Als ik ergens lees dat we achter de feiten aan lopen, word ik onrustig. Welke feiten moet ik inhalen? Afgelopen dagen las ik veel over het virus, maar ik krijg al die informatie niet zo goed bij elkaar.
In de straat van mijn vroege kinderjaren was er een Blokhoofd, een sombere man die hoog bij de gemeente was en zich verplaatste op een fiets met grote fietstassen. Langwerpig bord hing boven zijn bel, wit met kranige zwarte letters: BLOKHOOFD.
Niet de hele uitvaarttoptien ken ik. Gisterochtend zag ik die in alle vroegte in deze krant en eerlijk gezegd begon de dag daardoor ongemakkelijk. Was vooral de vraag: moet ik daarover onderhand niet eens duchtig nadenken? Nog niet zo lang geleden kwam het tijdens het natafelen soms aan de orde: jongens, welke muziek moet bij onze begrafenis? Ja, we zeiden altijd begrafenis, terwijl we ook crematie bedoelden. Waren geen vervelende gesprekken. We zetten die muziek op en luisterden opgetogen. Iets van Bob Dylan, de Franse zangeres Barbara, Arvo Pärt.
In een verhaal dat ik lang geleden schreef bekende ik: “Mijn gezond verstand is een gebied in mij dat ik te weinig exploiteer.” Dat besefte ik toen iemand had gezegd dat een bepaalde gang van zaken `alleen maar een kwestie van je gezond verstand gebruiken’ is. Ik knikte wel opgelucht, maar dacht dus meteen: wat nu?
Fijn verschijnsel: mensen die naar de Wedren in Nijmegen gaan. De Vierdaagse gaat niet door, maar als dat wel het geval zou zijn geweest, ging die daar van start. Vind ik mooi: naar een plek gaan waar iets niet gebeurt, maar doordat je er bent heb je toch iets te maken met wat er niet gebeurt. Misschien moet ik het anders zeggen: door daar te zijn, gebeurt het tóch een beetje, in je hoofd, in je hart, en dat komt doordat je herinneringen alle ruimte geeft. Die herinneringen nemen het hier & nu over, een sensatie die je kan vervullen.