In het avontuur van Kuifje De geheimzinnige ster staat ergens in de eerste helft van het verhaal kapitein Haddock aan het roer van zijn schip. Het stormt en regent onbarmhartig, het schip is bijna niet te beheersen. Kuifje komt aan dek en is zorgelijk over het noodweer. Kapitein Haddock, met pijp, zegt dan dat het alleen maar een ‘pittig briesje’ is, helemaal geen storm, ‘beetje ruw weer’. Hoort bij de stoere bravoure van de onverschrokken zeeman die de kapitein is, losjes de heftige boel relativeren.
Van voetbal heb ik niet veel verstand. Ben wel liefhebber en zie veel. Maar als het gaat over de fijne kneepjes van techniek, houd ik mijn mond. Ik sla het op, maar weet dat ik zelf alsjeblieft geen duit in het zakje moet doen, want voor die duit geeft niemand een cent. Vind het niet erg.
In omroepland is de zomerstilte al een tijdje aan het neerdalen en het wordt uiteraard nog stiller. Om die leegte een beetje op te vrolijken krijgen we mondjesmaat te horen waarop we ons in het nieuwe seizoen mogen verheugen. Dan is het al bijna herfst, einde van het jaar komt in zicht, de pepernoten liggen in de schappen, hier en daar zal alles omtrent Sinterklaas een vlammend gespreksonderwerp zijn en in sommige tuincentra bloeit Kerstmis op volle kracht op. Nederland is tot op zekere hoogte een voorspelbaar land. Benauwend, soms geruststellend, sóms.
Er zijn scholen die leerlingen belonen als ze op eigen kracht zijn gekomen, dus niet gebracht in de auto of bakfiets, nee, helemaal zelf, bijvoorbeeld lopend of op eigen fiets.
Van heel veel gaat mijn hart sneller kloppen, ik mag wel zeggen min of meer ieder uur, maar van voetbal nog niet. Terwijl dat wel moet. Juichjack bij de Jumbo, ik noem maar wat. Of die oranje badjas bij Albert Heijn. Ik verlang ernaar dat ik zoiets dolgraag wil, maar dat is niet zo, wat door mijn omgeving niet betreurd wordt.
Tijdje geleden stopte een kantoorboekhandel ermee. Ik kwam er vaak. Van dat soort winkels houd ik zeer. Er met een doel heen gaan, bijvoorbeeld om een potje inkt te kopen (doe ik ontzettend graag) en dan nog even om je heen kijken. Is er nog een aantrekkelijk potlood of een opschrijfboekje dat je niet eerder zag? Uiteraard ook blijven staan voor de vitrine waarin de vulpennen tentoongesteld liggen. De eigenaar vond het mooi geweest, veertig jaar geleden haar vader opgevolgd, en nu was er misschien nog wel meer in het leven te doen. Had ze zin in.
Net als bijna ieder kind had ik destijds veel waarom-vragen. Die vragen bleven zich ook daarna aandienen, maar naarmate je ouder wordt, houd je ze vaak voor je of probeer je die zelf te beantwoorden. Dat laatste deed je als kind niet, ook omdat je niet wist hoe dat moest, ergens antwoorden zoeken of antwoorden bedenken. Vandaar dat je de vraag er gewoon maar uitgooide: ‘Waarom…?’ Mijn ouders hielden ervan als ik vragen stelde, maar dat was niet overal zo. Je kwam ook weleens buitenshuis met een waarom-vraag.
De warmte, het is wat. En dan is het nog pas mei. Dinsdag was het de warmste dag in mei ooit. Informatie die je een fractie van een seconde opslaat, maar dan maakt die zich weer uit je los, omdat het veel te warm is zulke feitjes te onthouden, ook omdat je er niets mee kunt. Als later in het jaar iemand vraag wat er op 26 mei aan de hand was, kijk je glazig voor je uit. Ja, er was vast iets, maar erg belangrijk kan het niet zijn geweest.
Een van de weinige televisieprogramma waarnaar ik kijk is de quiz 2 voor 12. Er komen vragen aan de orde waarover je even nadenkt en als je het antwoord niet weet, voegt iets toe aan je algemene kennis. De geldprijzen zijn bescheiden. En er doen geen Bekende Nederlanders aan mee, van die Bekende Nederlanders van wie je liever niet wil dat ze op de je pad komen. De presentatrice van het programma begint nooit ineens lachend te schreeuwen en dat vind ik ook winst.