Graag herhaal ik het: bij verkleinwoorden is waakzaamheid geboden. Ik dacht er weer aan toen ik gisteren in een gezelschap iemand hoorde zeggen: `Dat is echt een klusje voor Thomas.’ Het woord dat in deze mededeling moeilijkheden kan veroorzaken, is klusje. Ieder klusje is meestal een klus. Zég dat dan: klus! Je moet dan niet roepen: `Dat doe ik wel eventjes!’ Bijna niks kan eventjes. Door te denken dat het wel kan, proberen we alles makkelijker te maken. Zit nu in ons, geloof ik.
Toch zie ik het me niet doen: op mijn tenen naar de glasbak op de hoek lopen. Zaterdag las ik in deze krant dat het nuttig is. Voor de voetspieren die vergeten voetspieren worden genoemd. Misschien vergelijkbaar met vergeten groenten die sommige mensen al een tijdje best belangrijk vinden. Gaat vooral om de vergeten voetspieren van ouderen, want als ze die voldoende trainen kunnen ze valpartijen voorkomen.
Hoe het zit met de hoeveelheid prominenten in andere partijen, weet ik niet, maar zestig vind ik behoorlijk veel. Wanneer ben je trouwens een prominent? Bepaal je dat zelf of doen anderen dat? Ik stel me voor dat je op een ochtend wakker wordt, de gordijnen zijn net niet helemaal dicht, je voelt een streep zonlicht langs je gezicht strijken en ineens maakt zich een bewustzijn van je meester dat je nog niet kende. Je ligt niet alleen in bed, nee, de ander voelt dat er wat met je aan de hand is: `Had je een nare droom, poepie?’
Waarom denk ik niet: wat heb ik ermee te maken? Denk ik bijna nooit want je hebt met alles wat er om je heen gebeurt te maken, of je wilt of niet. Of je je ermee moet bemoeien, is wat anders, maar je kunt ook weer niet zeggen: ik bemoei me nergens mee. Belangrijk is dat je er hoe dan ook gedachten over hebt, maar niet alle gedachten hoeven in een oordeel uit te monden.
Vroeg op de dag op weg naar een afspraak passeer ik een terrein waar een kermis wordt opgebouwd. Het grote karwei is bijna voltooid. Doordat ik overal te vroeg ben, heb ik tijd er even overheen te lopen. Dat is het voordeel van niet alles op het nippertje te doen. Het is net alsof je extra tijd hebt. Het is een zonnige ochtend, de kermis staat er mooi bij, bijna alles ziet er als nieuw uit. En enorm uitnodigend. In de stilte hoor je al de geluiden van wanneer de kermis op volle toeren draait, dat spectaculaire lawaai.
Een stille namiddag in het buurtcafé met de hoge ramen. Het meisje achter de bar leest een boek, ik ook. De vrouw op de hoek van die bar zit verdiept in haar laptop. Dan komt er een man binnen, ook een vaste gast, meestal een dynamische verschijning, nu niet. Hij zegt, zijn toon is luid alsof hij een menigte toespreekt: `Ik ben gestopt met roken, mijn fiets is gestolen en mijn auto heeft een lekke band. Ik moet naar huis lopen, dus ik dacht: een biertje kan geen kwaad.’
Wat je niet vaak meer hoort is de prachtige zin: `Problemen zijn er om opgelost te worden.’ Kraakheldere mededeling met een geruststellend ritme. Je wenst van harte dat die belangrijke woorden meteen nog een keer worden uitgesproken.
Ineens was de vroege, stille zaterdagochtend vol oorlog. De radio trilde ervan, nerveuze stemmen, explosies, toespraakje Trump. Bij hem valt altijd op dat bij een boodschap die meedogenloos is, zijn stem nog lijziger wordt, alsof hij bovenin zijn keel iets heeft zitten dat hem traag kalmeert. Als het allemaal niet zo ernstig was, zou het interessant zijn dat te bestuderen. Natuurlijk vroeg ik me af wat ik ervan moest denken, alsof dat belangrijk is, maar ik wist niet waar ik mijn gedachten kon starten. Het bleven zorgelijke aanzetten.
In mijn omgeving zie ik er geen, ik ken ook niemand die er weleens heen gaat: de sloopkamer. Misschien heet het anders, maar die term kwam ik tegen toen ik er voor het eerst over las. Tegen betaling kun je servies, kleine meubels, apparatuur kapot gooien. Het doel is dat je wat spanning, vooral woede kwijt bent en er daarna weer tegen kan. Waartegen is niet altijd precies te zeggen, maar dat is een detail waar het niet om gaat. Het helpt.
Gisterochtend omhelsde deze krant me met een geruststellende foto: een tevreden breiende man. Boven het artikel stond `De tijd verdrijven met breien’. Alles wat ik daaronder las straalde kalmte uit. Zoals je op een prille windstille zomerochtend naar haast rimpelloos water kijkt. Kun je de rest van de dag mee doen. Aan de breiende man was te zien dat het leven hem allerminst aanvloog. Niet dat het dat mij de hele dag doet, o nee, maar toch voelde ik vage jaloezie.