Graag maakte ik mee dat het anders was, maar dat gebeurt niet: voor de simpelste karweitjes in huis moet ik hulp vragen of een ontzéttend duidelijk en door en door hanteerbaar advies. Ga ik bijvoorbeeld naar mijn bevriende buurman. Of er komt een vakman die met één vinger één dingetje aanraakt en dan is er geen vuiltje meer aan de lucht. Ik wil best, heb ook gereedschap in huis, maar weet nooit hoe en op welk aandachtspunt ik met een reparatie moet beginnen.
Morgen horen we waar de coalitiepartners uit zijn gekomen en op wat, hoe het regeerakkoord eruitziet. En wat het motto is. Hoort erbij, maar van de motto’s uit het verleden herinner ik me er geen een, waarschijnlijk doordat woorden die uiteindelijk niets betekenen, enorm vergeetbaar zijn. Voor morgen gok ik op iets als Samen Voor Beter. Terug naar dinsdagavond toen om 10 uur verlossende woorden zouden komen. Prima moment, want Nieuwsuur begon. Om 10 uur gebeurde er niks. Beeld van dichte deur. Commentaar van Arjan Noorlander: `Deur is nog dicht.’
Benieuwd hoe zoiets gaat: min of meer dagelijks eet ik een boterham met pindakaas (met sambal en gefrituurde uitjes) en op een dag vind ik of proef ik dat er iets met die pindakaas aan de hand is, de smaak is anders. Maar hoe anders kan ik niet precies zeggen, maar ánders.
De week begon gisteren met Grote Woorden. Op weg naar een regeerakkoord, bedoel ik. De week kreeg meteen ook een naam: De Week van de Waarheid. Moet je altijd voorzichtig mee zijn, soms laat de waarheid zich niet in een week vangen, maar oké, je mag best hoog inzetten.
Een vriend van me en zijn vrouw hebben een populair café in de hoofdstad. Het is er altijd vol en heftig. Hun vrije tijd brengen ze vooral door in een huisje op of naast de Veluwe.
Drukke, vrolijk receptie, aangename ruimte, ruisende gesprekken, ik maak het meteen allemaal mee wanneer ik binnenkom, maar toch: lichte paniek. In mij gromt best hard de vraag hoe ik het allemaal ga redden. Ah, gelukkig, daar zie ik een vrouw die ik ken, een baken in deze gezellige chaos. Ze kijkt ook mijn richting uit, ik omhels haar en zeg dat het lang geleden is. Ze vraagt wát lang geleden is. Dat wil ik zeggen, maar dan dringt het tot me door dat ik me vergis. Ik ken haar helemaal niet en verontschuldig me enorm.
Met veel van wat het leven aangenamer kan maken, gaat het bergafwaarts. Dat besef je zeker in de schrale januarimaand. Je krijgt steeds minder zin de deur uit te gaan. Er is een branche die geen last heeft van deze tijd: de koffietenten. Dinsdag las ik er een groot stuk over in Trouw. De teller staat op ruim 2000. Zijn vooral jongeren die er graag komen. En met jongeren worden bedoeld mensen tussen de 13 en 28 jaar. Het heet `een koffietje drinken’.
Je zit in een café met een vriend te praten en ineens zet de ober een schaaltje met noten op tafel, van die noten die na een uitvaart `luxe noten’ heten. De ober zegt: `Wat te knabbelen voor de heren.’ Sympathiek gebaar, zeker in de schrale januarimaand, maar toch huiver ik. Komt door het woord `knabbelen’. Misschien lichte aanstellerij, maar ik verdraag het nauwelijks.
De betekenis aan het woord `niks’ is breed. Denk bijvoorbeeld aan een zinnetje dat we in onze kindertijd vaak uitspraken: `Ik heb niks gedaan.’ Meestal had je dat wel, maar je beoordeelde dat niet als storend. Of je had juist iets anders gedaan, terwijl je had moeten doen waarover je bestraffend werd toegesproken.