In mijn werkkamer kijk ik uit op een binnenplaatsje waar niets gebeurt. Deze zin schreef ik al vaker op, maar dat doe ik graag. De hele dag raak ik in diverse gebeurtenissen verzeild, maar als ik achter mijn bureau zit, wil ik vooral dat de gebeurtenissen in mijn hoofd een rol spelen. Daarom is dat binnenplaatsje goed, het helpt mijn hoofd. Het binnenplaatsje is ommuurd en aan een kant met veel groen begroeid. Ergens in de hoogte van dat groen moet een merelnest zijn, want de afgelopen dagen zag ik moeder merel er vaak met eten in haar snavel heen vliegen.
Er zijn maar een paar winkels waar ik graag kom. Een ervan is de Kantoorvakhandel. Zo heet die hier in de buurt. Je kunt ook zeggen dat het een winkel is met kantoorartikelen, maar misschien klinkt dat te frivool, kantoorartikelen. Kantoorvakhandel, ja, het heeft wat.
Het interessante van een nieuw woord is onder meer dat je een jaar of twee geleden geen idee had wat het betekende: zelfscanplein. Nou ja, geen idee, je snapte natuurlijk dat je zelf iets scande en dat op een plein deed, maar wat en waar? Het woord is gewoon geworden. Ik sprak het nog nooit uit en nu schrijf ik het voor het eerst op.
Nog even kom ik terug op de elektrische grasmaaimachine die was bekeken door `een mannetje’. Die stelde vast dat ik iets verbrand had in het binnenste van het apparaat en dat ik dus een nieuwe moest kopen. Deze analyse kostte twee tientjes, wat ik geen geld vond. Ik probeer mijn bezoeken aan doe-het-zelf hallen zoveel mogelijk te beperken, omdat ik dan al besloten heb zelf iets te doen wat ik beter niet zelf kan doen. Zodra ik daar de drempel over ben voel ik verzet. En ook donkere woede die me ontregelt.
In de Tweede Kamer werd er deze week tijdens het racismedebat soms gescholden, maar zoals altijd braaf en vaak voor de hand liggend. Toch hoor ik het graag, wat ik misschien niet mag zeggen. Opvallend was Farid Azarkan van Denk die Lilian Marijnissen van de SP een `beschonken komkommer’ noemde. Schelden is een kunst. Temperament moet de fantasie brutaal inspireren en die fantasie moet dan sterk de ruimte krijgen. Er komt ook lekkere energie aan te pas.
Het woord `zielig’ gebruik ik met tegenzin, maar deze week vind ik Martijn van Helvert zielig. Wie? O ja, Martijn van Helvert die even kandidaat-lijsttrekker van het CDA was. Vorige week maakte hij bekend dat hij dat wilde zijn. Hij zei toen dat hij de beste kandidaat was. Andere kandidaten Pieter Omtzigt, Mona Keijzer en de kandidaat der kandidaten Hugo de Jonge. Daarom vond Martijn van Helvert dat hij met iets sterks moest komen en stelde hij trots lachend dat hij de beste kandidaat was.
Als ergens rook uit komt, is waakzaamheid geboden. Uit apparaten, bedoel ik, behalve wanneer het moet, denk aan rookmachines in theater of concertzaal, maar daarover heb ik het dus niet. Als voorbeeld neem ik een elektrische grasmaaimachine. Thuis heb ik geen gras, rond het huis aan zee wel en dat maai ik, wat ik tot op zekere hoogte een rustgevende bezigheid vind.
Soms wil ik het helemaal niet over vrijheid van meningsuiting hebben. Niet dat ik ertegen ben, maar ik kan last van al die uitingen hebben, ál die meningen over van álles. Ik heb al eens gepleit voor meningloze dagen en dan bedoel ik niet dat je geen mening over iets mag hebben, natuurlijk niet, maar dat we al onze meningen gewoon een dag of een paar dagen voor ons houden. Doet ons allemaal vast allemaal goed, en onze meningen ook. Veel meningen winnen aan kwaliteit als je er over nagedacht hebt. Daar heeft een mening immers baat bij: als er enig denkwerk aan voorafgaat.
Zaterdag hoorde ik een man vertellen over een galsteen waarvan hij last had. Hij ging naar een in Alkmaar wonende medicijnvrouw uit Siberië en die duwde er een paar minuten met de vlakke hand op en streek het ding vervolgens met twee vingers weg. Hoe de galsteen daarna het lichaam verliet, ontging me, want ik was onder de indruk van de eerste fase, de vlakke hand, de strijkende vingers.
Zal binnenkort voorbij zijn: het winkelwagentje dat gedesinfecteerd voor je klaarstaat bij de ingang van de supermarkt. Wordt weer zoeken naar een muntje of er bij de balie om een vragen. Is natuurlijk niet erg, maar ik vond het wel wat hebben, ik weet niet hoe ik het moet zeggen, ja, als klant voel je je enorm serieus genomen. En als je tegen het advies in getweeën gaat winkelen, omdat je het blijkbaar als `een uitje’ beschouwt, dan ook beiden een wagentje. Koop je ook meer.