Dat kleine winkeltjes bij pompstations langzaam verdwijnen, wist ik niet. Ik tank vooral bij grote stations, niet omdat ik per se de man van de wereld wil uithangen, maar ze liggen nu eenmaal op mijn route. Hier in de buurt ga ik bij voorkeur naar de kleine winkels, brood bij de bakker en niet in de supermarkt.
Natuurlijk dacht ik de afgelopen dagen aan Wim Kok en natuurlijk had ik gisteren op deze plaats graag over hem geschreven, niet alleen graag, maar vooral van harte. Toen ik daaraan zat te werken, bleef ik telkens hangen in een vergelijking tussen toen en nu. Tussen de premier die hij was, en de premier die er nu is. Het verschil tussen een staatsman en een manager. Zie je, daar heb je het al, dan kom je meteen weer terecht bij een samenleving die steeds minder een samenleving is, omdat er mensen aan het roer staan van wie er maar een paar echt mee begaan zijn.
Iets losser mag ook wel! Dat denk ik als ik voorbij de kassa van de supermarkt ben en zie ik dat een levensmiddel in het wagentje heb laten liggen en niet afgerekend. Misschien is `losser’ niet het goede woord, maar ik ga met dat levensmiddel terug. De caissière is met een andere klant bezig en ik wacht tot ik kan zeggen wat ik vind dat ik moet zeggen. Ik reken niet op een compliment, maar daar doe ik het ook niet voor.
Tegen het einde van het 8 uurjournaal van eergisteren zag ik een man op een intense werkplek. Hij wees achter zich: “Daar is het rookhok. Twintig minuten per dag was ik daar. Maar ik kom er nu nooit meer.” Ging uiteraard over stoppen met roken, weer, en over werkgevers die voor hun werknemers de cursus betalen om er vanaf te komen, en als het lukt, cadeaubonnen geven. In beeld verscheen vervolgens een asbak met een paar peuken erin en een sigaret waaruit rook dwarrelde, opdat we goed begrepen wat er aan de orde was.
Gaat allemaal om de plaatsing van een Slimme Meter. In de meterkast. Parmantige aanduiding: Slimme Meter. Er komt een deskundige in huis, die eruitziet als een atoomgeleerde. Hij praat plechtig: `Eerst eens zien waar ik de werkzaamheden moet verrichten.’ Ik ben blij dat ik hem de meterkast kan aanwijzen.
De directeur van het Rijksmuseum sprak plechtig over de restauratie van De Nachtwacht. Had ik ook gedaan als ik die directeur was. Niemand zal het zijn ontgaan dat het een openbare restauratie wordt.
Belangrijk herfstmoment in mijn kindertijd was de aankomst van de folders vol afbeeldingen van speelgoed. Dan kon je beginnen aan je verlanglijst. Er waren toen geen speciale speelgoedwinkels, nee, alles was in de warenhuizen te koop, maar die puilden uit van het aanbod. De folders veroorzaakten spanning waarmee ik moeilijk uit de voeten kon. Toen ik nog in het bestaan van Sinterklaas geloofde waren ze er nog niet, die folders, pas later. Dat geloof maakte verder niets uit, bij ons thuis deden we intens mee aan het spel dat bij die dagen hoorde.
Op mijn werkkamer hing lange tijd een foto van de Russische tennisster Maria Sjarapova, gemaakt tijdens de laatste seconde van haar snoeiharde serve. Ze staat op één been en alleen daardoor straalt de rest van haar lichaam betoverend kracht en gratie uit. Het is een foto die optimistisch stemt, zoals vaak met schoonheid het geval is. Ik dacht nooit aan de verboden middelen die daaraan te pas kwamen. En ook niet aan de chagrijnigheid van Sjarapova. Waar ik slecht tegen kon, was als ze haar `de Russin’ noemden. Russische, prima, maar Russin, nee.
In de herfst die graag nog lang moet duren, zijn de morgens het mooist. Ik word er optimistisch van en ook daardoor voel ik me er veilig in. Soms overkomt dat je zonder dat je eropuit bent, zo’n innig en tintelend gevoel. Ik zit aan tafel de krant te lezen als iets op straat mijn aandacht trekt. Interessant hoe je waarneming kan werken, verdiept zijn in de krant en toch merken dat er iets aan de hand is, iets wat geen geluid maakt, nee, een beweging buiten je blikveld.
Een dag waarvan ik me afvroeg wat ik er mee moest. Gisteren, de nationale Coming Out Day, in het Engels dus, want dat klinkt misschien beter dat iets met `uit de kast komen’. Die laatste woorden spreek ik makkelijker uit, maar het is niet makkelijk, uit de kast komen. Het is niet simpel, mensen die eerst in de kast zaten en ineens niet meer. Of ineens, nee, niet ineens. Het kostte moeite die kastdeur te openen en toen was er het felle licht van de werkelijkheid en moest je even met je ogen knipperen en leren leven met een leven dat anders was dan in de kast.