De serveerster geeft de aannemer een sigaret. Daarom mag de serveerster bij de kachel zitten die de aannemer zojuist heeft aangemaakt. Ik heb het niet gezien, maar het gebeurde in Utopia, de kunstmatige samenleving waarvan we dagelijks een verslag kunnen zien. Wederkerigheid heet zoiets. Anders gezegd: voor wat hoort wat.
Zie je, dacht ik gisteren, het is maar goed dat ik voor dit jaar geen goede voornemens heb gemaakt. Deze maandag was het weer Blue Monday, de meest deprimerende dag van het jaar. Vorige jaren stond ik er niet bij stil, nu wel. Zondagavond bereidde ik me erop voor en probeerde ik iets vrolijks te bedenken voor het begin van de dag. Maar ja, als je naar iets vrolijks zoekt, krijg je het niet meteen te pakken. Is vaak aan de hand met dingen waarnaar je op zoek bent. Daarom heet het ook `zoeken’.
Sinds het bezoek van de Franse president is het duidelijk de bedoeling dat we het over Frankrijk moeten hebben, graag met enige vertedering. Blijkbaar was er iets mis, maar dat had ik niet in de gaten. We moeten meer voor het land gaan voelen, begrijp ik. Maar dat is toch dik in orde! Ik ken veel mensen die al hun vrije tijd daar doorbrengen in huizen die ze consequent huisjes noemen. Om maar eens wat te noemen. Meestal was zo’n huisje helemaal geen huisje, maar een ruïne. Je moet toch enorm van Frankrijk houden als je die steen voor steen bewoonbaar gaat knutselen.
Een woord dat het steeds moeilijker krijgt vanwege misbruik is `spannend’. Veel te veel moet spannend worden of wordt spannend genoemd. `Spannend’ gaat hetzelfde algemene leven leiden als `leuk’. Jammer, want we gaan vergeten wat het echt betekent. Gisteren kwam er de munt waarop het gelaat van onze koning staat afgebeeld. Wat er mis was met die afbeelding, weet ik niet meer, maar er was iets mis. Net zoals met het statieportret dat er nog moet komen. Goed, die munt dus. Uiteraard kwam de koning zelf dat eerste exemplaar slaan.
Mijn volstrekte afhankelijkheid van de vakman of vakvrouw schopt telkens weer een deuk in mijn zelfvertrouwen. Ik kan een paar dingen, maar eigenlijk niks. Als er iets wezenlijks kapot gaat in mijn woning, staar ik er in doffe paniek naar. Daarna bel ik de vakman of – vrouw. Ik voel heus wel dat die me met tegenzin aanhoort en dan zegt begin volgende week een gaatje te hebben. Als het eindelijk zover is beluister ik nerveus het hoofdschuddend uitgesproken zinnetje `Nee, dat ziet er niet best uit’. Ik heb ook prima ervaringen, maar die vormen geen rode draad in mijn leven.
Mijn volstrekte afhankelijkheid van de vakman of vakvrouw schopt telkens weer een deuk in mijn zelfvertrouwen. Ik kan een paar dingen, maar eigenlijk niks. Als er iets wezenlijks kapot gaat in mijn woning, staar ik er in doffe paniek naar. Daarna bel ik de vakman of – vrouw. Ik voel heus wel dat die me met tegenzin aanhoort en dan zegt begin volgende week een gaatje te hebben. Als het eindelijk zover is beluister ik nerveus het hoofdschuddend uitgesproken zinnetje `Nee, dat ziet er niet best uit’. Ik heb ook prima ervaringen, maar die vormen geen rode draad in mijn leven.
Als ik pubers spreek of bezig zie, kost het me geen enkele moeite me te verplaatsen in die fase van mijn leven. Niets is lang geleden, die tijd dus ook niet. Soms heb ik sterk het gevoel dat ik nog niet in alle opzichten klaar ben met die periode en ik heb maar besloten dat dat niet erg is. Wel ben ik blij dat ik niet meer de hele dag in de ban van verlammende somberheid voor het raam zit, starend naar de boze buitenwereld waar ik niets wens te zoeken. Die donkere woede herinner ik me nog goed. Alleen muziek kon me effectief troosten.
Het enige wat ik wil is een tattoo op mijn bil. Dit is geen persoonlijke wens, het is het refrein van een carnavalslied van Barbie. Die naam noteer ik met tegenzin, want ik heb een forse hekel aan Barbie. Zo heet ze niet echt, maar onder die naam kennen we haar. Dat is het punt: dat we haar kennen. Wat hebben we er immers aan, haar te kennen? Ik heb ook helemaal geen zin over haar na te denken en ook niet over wat ze doet, maar toch doe ik het. Ik weet ook dat komt. We hebben het vaak over de verhuftering van de samenleving.
Er is een reclamespotje waarin een man angstig zegt dat hij zijn buikje in toom moet houden, of wil houden. Tegen dat soort zinnetjes voel ik licht verzet, wat vooral door het woord `buikje’ komt. Toch blijven mededelingen als deze hangen. Moest er bijvoorbeeld aan denken toen ik gisteren een tentoonstelling bezocht. Ineens voel ik daar een hand op mijn schouder: kennis van vroeger, aardig iemand. We praten even over het schilderij waarvoor we staan.
Het is vreemd, maar zo’n avontuur als de Franse president is aangegaan, met de goed gelukte actrice Julie Gayet, is hier nooit aan de orde. De burgemeester van Maastricht tel ik even niet mee. Ik bedoel het groter en intenser. Waarschijnlijk slecht van me, maar ik zou het verfrissend vinden. De saaie boel wordt een beetje opgeschud. De mens achter een bewindspersoon wordt zichtbaar. Het gebeurt natuurlijk wel, maar het lijkt niemand echt te interesseren.