Jano van Gool

In de Pers

The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer
Nieuwe roman van Thomas Verbogt, een wrokloze boomer - Thomas Verbogt zoekt naar manieren om van het leven te houden en er zin aan te geven.... - Rob Schouten in: Trouw lees meer
De nieuwe roman van Thomas Verbogt is wijs, ontroerend en spannend - Is Thomas Verbogt weleens negatief besproken?... - Dries Muus in: Het Parool lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Zomerwind

Maandag arriveerde een groepje mannen in oranje pakken. Met een hoogwerker. Ze kwamen voor de boom die de iepenziekte had. Daarom had eerder een deskundige een plastic lint om de boom gespannen waarop stond dat de boom verwijderd zou worden. Maandag hielden we ons hart vast. Een van de mannen was woordvoerder. Hij had een imposante omvang en kwam naar ons toe met een tak die hij plechtig doormidden brak: “Kijk maar.” Had de vorige deskundige ook al gedaan en toen zagen we niets, nu ook niet. “Woensdag halen we hem weg,” besloot hij de gedachtewisseling. 
Op dat moment remde een busje waaruit een leidinggevende stapte. Die zei dat het woensdag niet kon: het werkschema was veranderd. De oranje mannen haalden vijf tuinstoelen uit de wagen met de hoogwerker en gingen koffiedrinken. Met stroopwafels. Een van de mannen pelde er een eitje bij dat hij daarna zorgvuldig van zout voorzag. Zag er enorm geruststellend uit.
Woensdag kwam er een brief van de gemeente: de boom zou toch nog nader onderzocht worden. Misschien was er een andere oplossing.
Dat onderzoek duurde maar kort, want gisterochtend in alle vroegte stonden de mannen van maandag er weer. Ze begonnen meteen aan de boom, volstrekt meedogenloos. Overal in de straat gingen de deuren open.
Mijn buurvrouw kwam naar buiten en filmde wat er gebeurde. Ik stond naast haar. Ze citeerde een gedicht van Vasalis met onder meer de regel:  “Hij zuchtte ruisend als een kind terwijl hij viel, nog vol van zomerwind.” Die woorden ontroerden me diep.  Tegen twaalven was de boom weg. Op de lege plek zetten de mannen hun tuinstoelen neer. En een klein tafeltje. Daarom kwamen grote broodtrommels te staan. Twee pelden er een eitje.