Jano van Gool

In de Pers

Hoe alles moest beginnen - Twee kinderen, Thomas en Licia, gaan met elkaar het verzonnen leven aan, want het echte leven vertrouwen ze niet.... - Thomas Verbogt in: Uitg. Nieuw Amsterdam lees meer
Wat is precies de bedoeling? - Van tijd tot tijd vraagt iemand wie de opvolger is van Carmiggelt. De vraag is even onzinnig als begrijpelijk.... -  in: Boekensalon lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

De Gelderlander

Dingetje

Tegen het einde van het 8 uurjournaal van eergisteren zag ik een man op een intense werkplek. Hij wees achter zich: “Daar is het rookhok. Twintig minuten per dag was ik daar. Maar ik kom er nu nooit meer.” Ging uiteraard over stoppen met roken, weer, en over werkgevers die voor hun werknemers de cursus betalen om er vanaf te komen, en als het lukt, cadeaubonnen geven. In beeld verscheen vervolgens een asbak met een paar peuken erin en een sigaret waaruit rook dwarrelde, opdat we goed begrepen wat er aan de orde was.

Gehavend

Gaat allemaal om de plaatsing van een Slimme Meter. In de meterkast. Parmantige aanduiding: Slimme Meter. Er komt een deskundige in huis, die eruitziet als een atoomgeleerde. Hij praat plechtig: `Eerst eens zien waar ik de werkzaamheden moet verrichten.’ Ik ben blij dat ik hem de meterkast kan aanwijzen. 

Werkstuk

De directeur van het Rijksmuseum sprak plechtig over de restauratie van De Nachtwacht. Had ik ook gedaan als ik die directeur was. Niemand zal het zijn ontgaan dat het een openbare restauratie wordt.

Kruisjes

Belangrijk herfstmoment in mijn kindertijd was de aankomst van de folders vol afbeeldingen van speelgoed. Dan kon je beginnen aan je verlanglijst. Er waren toen geen speciale speelgoedwinkels, nee, alles was in de warenhuizen te koop, maar die puilden uit van het aanbod. De folders veroorzaakten spanning waarmee ik moeilijk uit de voeten kon. Toen ik nog in het bestaan van Sinterklaas geloofde waren ze er nog niet, die folders, pas later. Dat geloof maakte verder niets uit, bij ons thuis deden we intens mee aan het spel dat bij die dagen hoorde.

Losser

Op mijn werkkamer hing lange tijd een foto van de Russische tennisster Maria Sjarapova, gemaakt tijdens de laatste seconde van haar snoeiharde serve. Ze staat op één been en alleen daardoor straalt de rest van haar lichaam betoverend kracht en gratie uit. Het is een foto die optimistisch stemt, zoals vaak met schoonheid het geval is. Ik dacht nooit aan de verboden middelen die daaraan te pas kwamen. En ook niet aan de chagrijnigheid van Sjarapova. Waar ik slecht tegen kon, was als ze haar `de Russin’ noemden. Russische, prima, maar Russin, nee.

Dingetje

In de herfst die graag nog lang moet duren, zijn de morgens het mooist. Ik word er optimistisch van en ook daardoor voel ik me er veilig in. Soms overkomt dat je zonder dat je eropuit bent, zo’n innig en tintelend gevoel. 
Ik zit aan tafel de krant te lezen als iets op straat mijn aandacht trekt. Interessant hoe je waarneming kan werken, verdiept zijn in de krant en toch merken dat er iets aan de hand is, iets wat geen geluid maakt, nee, een beweging buiten je blikveld. 

Onhandig

Een dag waarvan ik me afvroeg wat ik er mee moest. Gisteren, de nationale Coming Out Day, in het Engels dus, want dat klinkt misschien beter dat iets met `uit de kast komen’. Die laatste woorden spreek ik makkelijker uit, maar het is niet makkelijk, uit de kast komen. Het is niet simpel, mensen die eerst in de kast zaten en ineens niet meer. Of ineens, nee, niet ineens. Het kostte moeite die kastdeur te openen en toen was er het felle licht van de werkelijkheid en moest je even met je ogen knipperen en leren leven met een leven dat anders was dan in de kast.

Genoeg

De meeste reclameboodschappen waaien langs me heen. Niet dat ik ongevoelig ben voor prikkels van buitenaf, maar ik hoor meestal wel wat er gezegd of gezongen wordt zonder dat het doordringt waar het precies over gaat. En als dat wel het geval is, doe ik er verder nauwelijks iets mee. Ik schreef het al eerder, maar een uitzondering is de bakker die boven zijn etalage een bord heeft hangen waarop Lekkere Koekenstaat. Ik fiets er vaak langs en als ik de winkel nader, denk ik al aan die woorden, terwijl ik helemaal geen rusteloos liefhebber van koeken ben.

Delen

Feestverlichting! Sinds januari heb ik er niet meer aan gedacht. Nu loop ik door een smalle straat waar twee mannen van de gemeente werkzaam zijn, een op een kleine oranje hoogwerker. De feestverlichting heeft de vorm van een pakje met een rood lint eromheen gestrikt. Het laatst zag ik dit soort feestverlichting toen die in januari verwijderd werd, een kille dag vol kille regen. Heel erg januari. Was toen nog winter. Ineens zijn er weer negen maanden voorbij. Misschien moet ik over die feestverlichting denken: wat vroeg! Maar dat denk ik niet. Integendeel.

Natter

Toen ik gisterochtend om een uur of 7 mijn sportkleding aantrok (nu lijkt het net alsof ik deze woorden stoer opschrijf, wat niet zo is), vroeg ik me af hoe het ook alweer zat met de wintertijd. Willen we die nu wel of niet? Er was een discussie over, maar die heb ik niet gevolgd, omdat ik dacht: ik zie wel. Moet ik niet denken, ook omdat ik niet aan dat soort denken wil wennen. Ineens denk je van veel te veel: ik zie wel. En dan doe je nog maar nauwelijks mee aan alles. 

Pagina's