Jano van Gool

In de Pers

Thomas Verbogt voegt met deze ontroerende roman een kunststukje toe aan zijn rijke oeuvre - Thomas Verbogt heeft met zijn ontroerende nieuwe roman Foto’s van zonnige dagen een prachtig kunststukje toege... - Vivian de Gier in: Het Parool lees meer
Montere Weemoed II, met Thomas Verbogt & Beatrice van der Poel - Gezien op 2 maart 2022, OBA Theaterzaal, Amsterdam  ... - Kester Freriks in: Theaterkrant lees meer
The Tree of Life. Soeben ausgelesen: Thomas Verbogt – „Wenn der Winter vorbei ist“ (2020) - Keine 100 Seiten und auch keine 50 Seiten, nein genau eine einzige Seite brauchte es.... - David Wonschewski in:  lees meer

Recent

Er zijn nog geen toneelstukken toegevoegd

Kleurplaat

Misschien was zaterdag de laatste mooie herfstdag. Kon nog zonder jas naar buiten. Rond het middaguur zat ik op een bank op een stil pleintje bij mij in de buurt. Meer een plantsoen dan een pleintje, hoe dan ook een plek bij uitstek om zacht weg te zinken in prettig gepeins. Uit sommige bomen maken zich af en toe bladeren los die zich licht dansend naar de begane grond bewegen. Ik besef dat het lang geleden is dat ik naar vallende bladeren keek, een gedachte waarmee ik verder weinig kan, maar die wel past bij de momenten daar in het plantsoen. Er komt een jonge vrouw met een jong meisje naast me zitten. Het meisje laat zich meteen voor de bank op haar knieën zakken en spreidt een papier voor zich uit, een kleurplaat waarop een zwaaiende Sinterklaas te zien is met om zich heen vrolijke Zwarte Pieten. Ben benieuwd naar haar kleurkeuze. De vrouw geeft haar een doos met kleurpotloden en doet haar bloedrode jasje uit. Haar armen zitten vol tatoeages. Nu zie ik dat ook haar nek is geïllustreerd. Zelf ben ik niet zo van de tatoeages, maar wie interesseert dat? We kijken elkaar aan. Ze lacht vriendelijk. Ik ook. Ze heeft een warme lach en zegt: `Vannacht begint de wintertijd.’ Haar stem hoort bij haar lach. De momenten in het stille plantsoen worden nog aangenamer. Ik zeg dat ik `wintertijd’ een mooi woord vind. Zij zegt: `Maar alleen als er een echte winter bij hoort.’ Weer lacht ze. Ik knik: `Daar heb ik zin in.’ Zij zegt: `Ik ook.’ Het is altijd lekker zin in iets te delen.  Ja, zo wil ik het noemen: lekker.

Columns

  • De laatste dagen denk ik soms na over een rij. Een rij wachtenden, bedoel ik. Bijvoorbeeld in de supermarkt waar er voor de zelfscankassa’s een langere rij staat dan voor de kassa’s waarachter een caissière zit. Waarom is dat? Kan de behoefte contactloos te betalen zo groot zijn... lees meer

  • Als ik ergens lees dat we achter de feiten aan lopen, word ik onrustig. Welke feiten moet ik inhalen? Afgelopen dagen las ik veel over het virus, maar ik krijg al die informatie niet zo goed bij elkaar.

  • In de straat van mijn vroege kinderjaren was er een Blokhoofd, een sombere man die hoog bij de gemeente was en zich verplaatste op een fiets met grote fietstassen. Langwerpig bord hing boven zijn bel, wit met kranige zwarte letters: BLOKHOOFD. 

  • Niet de hele uitvaarttoptien ken ik. Gisterochtend zag ik die in alle vroegte in deze krant en eerlijk gezegd begon de dag daardoor ongemakkelijk. Was vooral de vraag: moet ik daarover onderhand niet eens duchtig nadenken? 

  • In een verhaal dat ik lang geleden schreef bekende ik: “Mijn gezond verstand is een gebied in mij dat ik te weinig exploiteer.” Dat besefte ik toen iemand had gezegd dat een bepaalde gang van zaken `alleen maar een kwestie van je gezond verstand gebruiken’ is. Ik knikte wel opge... lees meer

  • Fijn verschijnsel: mensen die naar de Wedren in Nijmegen gaan. De Vierdaagse gaat niet door, maar als dat wel het geval zou zijn geweest, ging die daar van start. Vind ik mooi: naar een plek gaan waar iets niet gebeurt, maar doordat je er bent heb je toch iets te maken met wat e... lees meer

  • Graag kom ik in een dierenspeciaalzaak. De logeerpoes is er nog en daarom kan het gelukkig. Zonder dier in je directe nabijheid kun je natuurlijk ook rustig zo’n winkel binnengaan, maar misschien heel stom, ik vind dat raar. Je hebt er niks te zoeken, maar je doet net alsof, wan... lees meer

  • De straat hier in nu ruim twee weken autovrij. Behalve dat er dus geen auto’s meer rijden of geparkeerd staan, lijkt de straat op een straat waar ze nooit geweest zijn, die auto’s. Nog steeds praten we vaak over de rust waaraan we nauwelijks gewend zijn, ik heb ook de indruk dat... lees meer

  • In mijn omgeving is het niet sterk te merken dat de meeste Nederlanders in eigen land met vakantie gaan. Vrienden hoor ik zeggen: “Zondag gaan we rijden.” Dat zeg je niet als je naar de Veluwe gaat. Nee, naar `het zuiden’.

  • Prettig de naam weer eens te horen: Lassie. De hond speelt de hoofdrol in een Duitse film die nu in onze bioscopen te zien is. Ik ga er niet heen, in mijn jeugd was er genoeg Lassie. We keken ernaar op de Duitse televisie die in het oosten van het land goed te ontvangen was. Het... lees meer

  • Uitdrukkingen die ik nog niet ken en ook weinig hoor, noteer ik meestal. Zo hoorde ik een tijdje terug Madeleine van Toorenburg van het CDA zeggen over de SP: “Ja, die partij staat altijd met snoep voor de poort.” En Hans de Boer van het VNO-NCW kan er ook wat van. Hem werd iets... lees meer

  • Bij terugkeer van vijf weken elders bleek onze kleine omgeving veranderd: de straat was autovrij geworden. Twee roodwitte paaltjes aan de ene kant, twee aan de andere. Mijn eerste gedachten waren dom: waar laad ik de auto uit en waar zet ik die daarna neer? Was het verwende gewo... lees meer

  • Of ik het een goed idee vind, weet ik niet. Als je zegt dat je niet weet of je iets een goed idee vindt, vind je het meestal geen goed idee. Ik heb het over de wereld van Bommel die in Groenlo aan de provinciale weg N18 uit de grond wordt gestampt. Moet over een paar jaar klaar... lees meer

  • “Kunt u een muntje missen voor de opvang.” Iedereen die weleens een supermarkt verlaat, kent deze vraag. 
    In de crisistijd – mogen we zeggen dat die voorbij is?- had ik nooit meer muntjes. Contant betalen mocht nergens, alles ging met het kaartje, zodat je ook niet zo hoefd... lees meer

  • Op mijn bureau ligt een artikel uit deze krant van dinsdag. Erboven staat: `Flirten met een mondkapje op, zo doe je dat’. Ik moet dat, geloof ik, juist niet doen, maar was toch geïnteresseerd en tegelijkertijd ook weer niet omdat het me onbarmhartig confronteert met kansen die i... lees meer

Pagina's