Over Douwe Bob heb ik het nog niet gehad. Ik vind het een goed liedje waarmee hij ons land vertegenwoordigt, maar ik zeg er wel bij dat ik belachelijk subjectief ben. Ik ken Douwe Bob al lang, ook toen hij een nog niet zo’n beroemde Douwe Bob was. Zijn ouders ken ik ook. Twee jaar geleden trad ik met hem op op Lowlands. Ik las voor, hij maakte er muziek bij. Kortom, misschien moet ik mijn mond houden.
Bij de dodenherdenking op het marktplein hier in de buurt wordt nooit een toespraak gehouden. Elders in de stad wel. Waarom het hier niet gebeurt, weet ik niet, maar het geeft niet. We zijn er allemaal rond half acht. Dan speelt er een fanfare, meestal afkomstig uit een naburig dorp. Het repertoire is stemmig en het is te horen dat er maandenlang aandachtig geoefend is. Het klinkt nooit perfect, maar dat past bij de stamelende sfeer. Uiteraard blaast een man of vrouw op de trompet de Last Post. We houden dan een beetje ons hart vast, maar ook dat hoort er bij.
Foto’s van lang geleden kan ik aandachtig bekijken. Mensen in een tuin, het is een zomerse dag, aan het licht is te zien dat het nog vroeg in de zomer is, iedereen zit op een stoeltje dat we kennen uit de jaren zestig, uit- en inklapbaar, zogenaamd handig. De mensen op de foto kijken lachend naar de camera, `naar het vogeltje’.
Als je je afvraagt of je je ergens over moet opwinden, is het beter het maar niet doen. Goede gedachte om deze week mee te beginnen. Er is een campagne gaande om mensen te bewegen tijdens de Nationale Dodenherdenking de mobiele telefoon uit te zetten. Niet op stiltestand, maar écht uit. De initiatiefnemers van de campagne vinden dat een symbolisch gebaar.
In de treinsoort die om raadselachtige redenen `Sprinter’ wordt genoemd, zijn in de 1e klas de stoelen blauw, in de 2e klas rood. Dat is het verschil. Ik heb een OV-chipkaart 1e klas, dus ook in de Sprinter weet ik wat mijn plaats is.
In de treinsoort die om raadselachtige redenen `Sprinter’ wordt genoemd, zijn in de 1e klas de stoelen blauw, in de 2e klas rood. Dat is het verschil. Ik heb een OV-chipkaart 1e klas, dus ook in de Sprinter weet ik wat mijn plaats is.
In de treinsoort die om raadselachtige redenen `Sprinter’ wordt genoemd, zijn in de 1e klas de stoelen blauw, in de 2e klas rood. Dat is het verschil. Ik heb een OV-chipkaart 1e klas, dus ook in de Sprinter weet ik wat mijn plaats is.
Toen ik deze week iets las over sociale dienstplicht, waarvoor sommige politici pleiten, dacht ik uiteraard even aan de militaire dienstplicht, alweer lang afgeschaft. Ik ben daarvan vrijgesteld en was tot ik-weet-niet-meer-wanneer `buitengewoon dienstplichtige’, alleen oproepbaar wanneer het oorlog werd, geloof ik. Geen van mijn vrienden is trouwens in dienst geweest, wat natuurlijk wel wat zegt, al weet ik niet meteen wat. Het vaderland heeft er niets van gemerkt en het heeft ook geen invloed gehad op de internationale betrekkingen, van wat voor aard ook.
Gisterochtend liep ik al vroeg over de vrijmarkt in mijn eigen buurt. Het hagelt niet, het regent niet, de zon schijnt. Wel is het koud. Dat zegt iedereen ook de hele tijd: `Wat is het koud.’ Die woorden worden telkens vrolijk uitgesproken, want alle feestgangers zijn blij dat het niet hagelt en regent en de zon schijnt. De kwaliteit van wat er op de vrijmarkt wordt aangeboden, keldert met het jaar, maar de sfeer eromheen stemt monter. Wel zie ik veel jonge kinderen die musiceren, meer dan vorig jaar. Ze worden strak in de gaten gehouden door hun ouders.
In de kranten die hier thuis liggen, sla ik het weerbericht altijd over. Ik ben geïnteresseerd in de toekomst, soms verheug ik me erop, maar hoef niet te weten wat voor weer het dan is, want wat verandert dat aan die toekomst? Ja, het zou kunnen dat ik stop met mijn voornemen erop uit te trekken met de fiets, als ik lees dat het de hele dag gaat onweren. Zóu kunnen, zeg ik, maar meestal gaat het niet zo omdat ik de ouderwetse opvatting heb dat een weerbericht er vaak naast schiet.