Toen ik gisteren in deze krant het woord sproeischaamte las, dacht ik: we moeten ons ook weer niet te snel schamen. Qua schaamte weet ik van wanten, dus ik mag dat zeggen. Ik las trouwens eerst: groeischaamte. Had ik in mijn jeugd last van. Als kind was ik al vroeg een lange jongen. Grappige vraag die ik een keer of vijf per dag hoorde: “Koud daarboven?” Rond mijn tiende had ik het gevoel dat ik iedere dag langer werd en ik vroeg me af wanneer dat proces zou stoppen. Ik zag een toekomst als zonderling voor me. Groeischaamte werd groeizorg.
Slappe manier van communiceren als je via tweets iets wil uitvechten. Misschien zeg ik dat omdat ik geen deel uitmaak van het twitterlegioen, maar ik denk dat het ook mijn mening was als ik ook graag digitaal zat te kwetteren. Als je het leven er leuker en lichter door kunt maken, oké, maar liever geen fundamentele discussies of standpunten waarmee je iemand zijn vet wil geven. Daarvoor ga je tegenover elkaar zitten aan een stevige tafel met flesjes water erop.
Mysteries kunnen me fascineren, maar ik ben ook een groot liefhebber van helderheid. Dat besefte ik weer toen ik een gesprek las met de directeur van de stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche, de NHK. Ik dacht: wat goed dat die stichting zo heet. Een poëtische en/of gezellige naam had ook gekund, De Warme Gloed (DWG) of Het Wakkere Vlammetje (HWV). Maar nee, Nederlandse Haarden- en Kachelbranche. Klinkt degelijk en niemand vraagt zich af wat voor stichting dat nou weer is.
Graag zoek ik tussen al het deprimerende nieuws naar berichten die uitstekend zijn voor mijn humeur. En ik stuitte op nieuws uit Frankrijk waar een burgemeester van een klein dorp in het westen, Essarts en Bocage, de inwoners de opdracht gaf een week lang te lachen. Gebeurde drie jaar geleden, maar de gang van zaken komt nu pas de wereld in. Opdracht is misschien een te groot woord, het was meer een aanbeveling. Huilen mocht wel, maar alleen van het lachen. En het was verboden je dood te lachen.
Wanneer je vindt dat je `de zaken’ even op een rijtje moet zetten, ben je doorgaans niet in een opperbeste stemming. Er zijn te veel zaken, dat is het. Het kost je moeite het allemaal te overzien. Vandaar een rijtje. Van belang is het dat rijtje zo kort mogelijk te houden De droogte maakt de energieproblemen groter. Er is nog geen drinkwatertekort, maar dat komt er wel aan. Laag water belemmert het scheepvaartverkeer. Nogal wat treinen rijden niet vanwege personeelstekort. Het is moeilijk een afspraak te maken in een andere stad, als je met de trein wilt of moet dus.
Prima woord: dienstfiets. Heldere klank, heldere betekenis. Voornaam ding. Ik zie er een naast de ingang van de supermarkt. Hoe weet je dat een fiets een dienstfiets is? Zou het niet kunnen zeggen, maar ik weet het. Er hangt iets kordaats om het rijwiel heen, dát is het, denk ik. Naast de dienstfiets staan twee politieauto’s, op de stoep, fel geparkeerd, net alsof ze een andere auto hebben klem gereden, maar die auto is er niet. Er is wat aan de hand en niet zo’n beetje ook.
De laatste tijd gebeurt het vaak dat de straat hier of de straat aan de overkant of de straat die die straten verbindt, wordt opengebroken, even maar. Er komt een gat, niet al te groot, en als dat gat er is, arriveert er een busje met mannen in oranje hesjes. Een van hen heeft de leiding. Die kijkt in het gat, maakt een opmerking over wat hij ziet, en een van de andere mannen noteert die. Doet denken aan de heerser van Noord-Korea. Die heeft altijd hoge militairen in zijn kielzog die in kleine opschrijfboekjes ijverig opschrijven wat hij zegt.
Een vrouw loopt op straat met welluidende stem een lied te zingen. Ze ziet er vrolijk uit en heeft witte zomerkleren aan. Haar blonde haar schiet alle kanten op. Opvallende verschijning. Voorbijgangers kijken verbaasd op, stoten elkaar aan. Mooi aan haar vind ik dat het haar niets kan schelen. Ze zingt gewoon lekker door en beweegt zich licht swingend voort. Liefst zou ik nog even achter haar aan lopen, maar dat doe je niet. Ja, waarom doe je dat niet? Omdat het misschien een beetje raar is.
In de boekwinkel wijst een bevriend verkoper naar een boek over het oude Egypte. Het gaat over voorwerpen die in het graf van farao Toetanchamon zijn aangetroffen, onder meer twee trompetten. Het geluid ervan is ooit te horen geweest in een radio-uitzending van de BBC, lang geleden alweer. Maar over dat geluid gaat het ook in het boek. De boekverkoper had het aangrijpend gevonden en ik snapte ook waarom: ineens hoor je iets wat ruim duizend jaar voor Christus te horen was. We konden ons al van veel een voorstelling maken, nog niet van het geluid uit die tijd.
Kan niet problematisch zijn dat ik iedereen het beste gun. Komt uit mijn opvoeding voort en ik heb die instelling in de loop der jaren verfijnd. Voordeel ervan is dat ik nooit jaloers ben. Ja, sóms zou ik best iemand anders willen zijn, een befaamd regisseur of een schilder van wie de hele wereld werk aan de muur wil hangen, maar zo’n verlangen heeft volgens mij niets met jaloezie te maken, meer met bewondering, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet, want ik weet niets zeker.