Beschamend bericht: zangeres Melanie uit Arnhems hotel gezet. Wil het eigenlijk niet weten, maar goed, je leest het. Lang geleden dat ik een liedje van Melanie heb beluisterd, sympathiek repertoire. Aanleiding was ruzie over een steak. Die aten zij en haar zoon in dat Arnhemse hotel en daar hadden ze klachten over. Biefstuk bakken is een vak apart. Ik hoorde de vraag al: “Alles naar wens?”
Niet dagelijks, maar vaak zeg ik tegen mezelf: “Kom op, verdiep je nou eens wat meer in de natuur!” Ik zeg dit chagrijnig, want het irriteert me echt dat ik van alles zie, en gráág zie, zonder precies te weten wat ik zie. Ik bedoel: hoe zit het met wat daar gebeurt?
Zo nu en dan geef ik les in gevangenissen. Aan gedetineerden. Of les, nou, ja zoiets. Het zijn in het begin schrijftips, maar waar het vooral over gaat is wat er gebeurt wanneer je woorden bedenkt voor wat je graag wilt vertellen. De moed dat te doen. En over wat je allemaal kunt meemaken als je je fantasie de ruimte geeft. Het zijn intense uren. Ook aangrijpende. Dat laatste merk ik vooral als ik weer buiten ben en naar mijn auto loop. Het verschil tussen buiten en daarbinnen is ontstellend groot, zo groot dat ik er altijd even van op verhaal moet komen.
Aanschuiven. Zo heet het als je gast bent in een praatprogramma op televisie. Alsof je toevallig in de buurt was, per ongeluk naar binnen keek en zag dat er paar mensen aan tafel van gedachten zaten te wisselen en dat de gespreksleider dan wenkte: kom er rustig bij als zin hebt. Oké, je schuift aan.
Nog een paar keer luisterde ik gisteren het betoog van Thierry Baudet terug en telkens vond ik het jammer dat het kabinet verontwaardigd de zaal verliet. Ben nog steeds benieuwd in wat voor conclusie hij zou zijn beland. Neem tenminste aan dat hij een conclusie had voorbereid. Was bijna fascinerend hoe krankzinnig en ontremd hij sprak over het marxisme en cultureel marxisme en de spionnenuniversiteit. Mag natuurlijk niet, maar ik vond het grappig.
Hoewel ik vind dat we moeten uitkijken met woorden als `beleving’, vind ik `Bioscoopervaring’ best kunnen. Met `bioscoopbeleving’ zou ik moeite hebben, wat komt doordat ik het gevoel heb dat veel te veel een beleving moet zijn, omdat het anders niks is. Vaak lees ik dat mensen ergens heen gaan of iets willen meemaken vanwege de beléving. Ik moet toch eens nagaan waarom ik dan meteen denk: kom op alsjeblieft.
Er zijn graag pratende mensen aan wie meteen te merkt dat ze het gesprek langzaam naar een onderwerp voeren waarmee je niet uit de voeten kan. Taxichauffeurs zijn er sterk in, ook vaklieden die in huis iets komen herstellen. Paar dagen geleden een schilder. Hij zou een compacte, beetje mollige broer van Louis van Gaal kunnen zijn, maar dat was hij niet. Hij had een klembord bij zich waarin een blocnote vastzat, en een tablet
Zaterdagochtend stond ik vrij vroeg langs de lijn, onder een huilende hemel, vanwege een wedstrijd van SDZ (Samenspel Doet Zegevieren), een team van negenjarige voetballers, sommigen al tien. De doelman is familie. Aan hem vroeg ik uiteraard tegen wie ze moesten. Dat wist hij niet uit zijn hoofd. Hij maakte een wegwerpgebaar naar een verre verte: “Allemaal mongolen.” Ik had weleens gezegd dat hij dit soort woorden liever niet moet zeggen, maar dat had nu geen zin, want hij stond te strak van de wedstrijdzenuwen. Daarin paste geen opvoedkundige gedachtewisseling.
Dertig uur in de rij staan om afscheid te nemen van de gestorven koningin. Het zegt veel over haar, maar ook over het Britse volk. Zul je hier niet snel zien. Wij kunnen het niet en dat is niet omdat we daar te nuchter voor zijn. Dat wordt altijd gezegd, dat we een nuchter volkje zijn (altijd volkje, nooit volk). Volgens mij zijn we dat helemaal niet, maar daar gaat het nu niet om, we zijn slecht in rijen, we beschouwen haast iedere rij als onrecht, als een omstandigheid die zich tegen ons keert.