Voor de griepprik kon ik zaterdagochtend in de praktijk van de huisarts terecht. Tussen acht en tien. Ik vind in de rij staan meestal niet zo erg, want dan kom je op gedachten die je buiten de rij niet hebt, maar als het niet per se hoeft, dan toch liever niet.
Wat ging er ooit veel van een leien dakje! Dat denk ik vaak wanneer iets niet mogelijk is of niet kan doorgaan vanwege personeelstekort. Ik heb langzamerhand het gevoel dat het overál aan de hand is. Dan ben je snel geneigd je wat klagerig op te stellen, maar het personeel dat er wel is, kan er ook niets aan doen.
Naar tuincentra ga ik niet meer, maar ook in het gewone dagelijks leven zie ik hier en daar dingen en dingetjes die met Kerstmis te maken hebben. In principe niets op tegen, ik zag altijd naar die dagen uit, maar dit jaar lukt me dat nog niet. Moeten eerst nog wat hobbels genomen worden, aankomst Sinterklaas, om maar eens wat te noemen, het WK dat steeds minder aanleiding geeft je er ook maar een seconde op te verheugen.
Weer wil en moet ik het er even over hebben, het afscheid van mevrouw Arib. Zo lang Kamerlid geweest, grootste voorzitter, en dan met stille trom weg. Was even vergeten om hoeveel klachten het ging. Twee (2). Twee (2) anonieme brieven. Wat staat daarin? Mevrouw Arib weet het niet, andere belangstellenden ook niet. De Kamervoorzitter kent de inhoud, maar zegt er niets over. Nee, een commissie. Altijd een commissie.
Je staat er niet dagelijks bij stil dat er ook voor infrastructuur een Staatssecretaris is. Vivianne Heijnen heet ze en ze belooft dat de Nederlandse Spoorwegen aan het einde van het jaar `een stevige evaluatie’ kunnen verwachten. Je staat er niet dagelijks bij stil dat het spoor bij de infrastructuur hoort. Een stevige evaluatie. Klinkt niet mals. Als ik voor die evaluatie verantwoordelijk zou moeten zijn, wist ik niet waarmee ik moest beginnen. Of het moest met de vraag zijn: “Uw bedrijf valt uit elkaar. Hoe kan dat?”
De wintertijd geeft wat meer licht aan de prille ochtend. Ik sta graag vroeg op, maar doe dat sinds zondag iets makkelijker. Komt ook mijn motivatie om naar de fitnessclub te gaan ten goede. Vorige week had ik soms het gevoel dat ik midden in de nacht mijn sportkleren stond aan te trekken. Je zou het stoer kunnen noemen, maar ook uitsloverij. Gelukkig is het nu weer anders. Net of het nog beetje zomer is.
Als er in het openbaar diep door het stof wordt gegaan, lees ik altijd even waarom. En door wie natuurlijk. En wie er baat bij heeft. Meestal is dat laatste niet het geval, want aan het stof ging een vonnis vooraf, meestal een slopend vonnis, anders hoefde de gang door het stof niet zo diep te zijn. Van de gevonniste zijn vooral wat brokstukken over. Die heeft enige tijd nodig om de boel weer aan elkaar te lijmen, maar als voorheen wordt het nooit meer.
Meestal doet mijn geheugen het goed, maar ik weet niet meer of we er vijfenveertig jaar geleden lang over spraken, over de invoering van zomertijd en wintertijd. Nee, alleen de zomertijd, want de wintertijd was gewoon de tijd zoals die bij ons was. Als ik dat opschrijf, krijg ik meteen jeuk in mijn gedachten, want dan begin ik over tijd na te denken.
Het mag natuurlijk niet, maar soms word ik er moe van ieder moment een mening paraat te hebben, terwijl ik donders goed begrijp dat er veel aan de hand is wat om een mening vraagt. Soms verlang ik naar kortstondige leegte, ik kan het niet anders noemen dan zo. Dat je mag toegeven: “Nee, hierover heb ik nu niets te zeggen.” Liefst wil je eraan toevoegen dat je éven nergens iets over te zeggen hebt, maar dat gaat dan weer zo ver.
In de supermarkt op het station vaan Maastricht kocht ik vorige week een paar levensmiddelen voor onderweg in de trein en toen zag ik naast het pinapparaat een afgehakte hand, geen echte, van plastic, maar wel heel erg lijkend op een echte afgehakte hand. Ik dacht: wat raar. Maar ik nam aan dat iemand die per ongeluk had laten liggen. Wel zonderling dat je zoiets bij je hebt. Ik kan daar dan een tijdje over nadenken: je gaat van huis en vindt het een goed idee een afgehakte hand van plastic mee te nemen. Misschien om een beetje te dollen, geen idee.