De Poolse man uit Maurik werd dus vorige week al gearresteerd. Blijkbaar had hij iemand bedreigd met een vuurwapen. Die arrestatie ging met veel gedoe gepaard. Ik vat het nu maar losjes samen, probeer de informatie uit de media bij elkaar te brengen, misschien trek ik verkeerde conclusies, als het al conclusies zijn. De man uit Maurik wordt ook in Polen gezocht vanwege diefstallen en overvallen. Toch werd de man weer heengezonden. Altijd zo’n vreemd, plechtig woord: heenzenden.
Er zijn van die waarheden waarop onze eerste reactie is: het is niet wáár! Niet omdat we het niet geloven, maar omdat zo’n waarheid ons eerst moet veroveren, soms met harde hand. We moeten er woorden voor zoeken, maar die zijn niet altijd te vinden, ja, er zijn wel woorden te vinden, maar niet de juiste. En met de juiste bedoel ik woorden die ons in staat stellen inzichtelijk met die waarheid om te gaan, voor onszelf, voor anderen. Eerst moeten we het doen met woorden die we meteen paraat hebben en omdat we niet anders kunnen, herhalen we die erg vaak.
Ineens begint de timmerman over elanden. Eerst hebben we het over timmerwerkzaamheden gehad en de timmerman heeft al een paar keer gezegd: “Komt goed.” Soms zelfs: “Kom helemaal goed.” Woorden die ik dankbaar koester. Ik dacht aan andere dingen die goed moesten komen, daardoor zat ik even niet in de dynamiek van ons gesprek en dan zegt hij het: “In Duitsland zijn al elanden gesignaleerd.” Ik moet omschakelen en knik geschrokken.
Misschien wordt het op Wimbledon een finale tussen Federer en Djokovic. Kan me erop verheugen, maar moet er ook niet aan denken, want waarschijnlijk verliest Federer die. Niet dat ik tegen Djokovic ben, maar die kan nog wel even mee en Federer straalt momenteel in de herfst van zijn carrière. En het is te zien dat het herfst is. Toch mag die niet met een nederlaag eindigen.
Zondagochtend begint een veelbelovende dag aan zee. Opmerkelijk dat de zondagse stilte op de vroege morgen anders is dan op andere dagen. Wanneer ik uit zee kom, zie ik een man en een vrouw arriveren. Ze torsen veel lichaam mee, maar installeren zich routineus waar ze alle tijd voor nemen, parasol, handdoeken, koelbox. Dan gaat de vrouw zich omkleden. De man houdt een groot badlaken om haar heen, traditioneel tafereel. De bewegingen onder dat badlaken lijken op die van een gekooid dier in lichte paniek. De man is niet opgetogen over wat hij dadelijk onthult.
Het gebeurt niet meer zo vaak, maar zeker weten doe ik het niet, dat iemand in een radio- of televisieprogramma de groeten doet. Misschien iets van een tijd die voorbij is, hoewel: de mevrouw die deze week in de Tour een half peloton wielrenners liet vallen, omdat ze een stuk karton te ver op de weg hield? Daarop deed ze de groeten aan haar opa en oma. Je kunt zeggen: ontroerend. Voor de renners die daar op het wegdek knalden was het best lastig.
Zweedse poema op de Veluwe. Wurgslang in een Bemmels keukenkastje. Meestal zijn het dieren die de komkommertijd inluiden. Dit jaar begon het met het uitstellen van een paar essentiële kwesties rond de kabinetsformatie tot ergens in augustus, want blijkbaar doe je in de zomer zulke dingen niet. Mis ik verder wat? Kan best dat door het vele sportnieuws komkommerberichten beetje weggedrukt worden.
Toen zondag Oranje was verslagen, inmiddels gelukkig alweer lang geleden, waren we die avond verdrietig. Ik geloof dat het vooral was dat we ineens afgesneden waren van een periode die nog aangenaam enerverend kon zijn. Daarna hebben we er niet meer over gesproken. Ja, één keer, tijdens een van de wedstrijden van de afgelopen dagen: “Het is toch logisch dat we er niet meer bij zitten.” Zoiets.
Die kende ik nog niet. Een man houdt me staande. Hij heeft een grijs trainingspak aan, zijn gezicht heeft ook die kleur, grote bril. Hij vraagt of hij me iets mag vragen. Ik denk dat ik de vraag ken. De laatste maanden zeg ik: “Nee, ik heb haast.” Telkens ben ik ontevreden over die reactie, ook omdat ik me zo vaak mogelijk verzet tegen haast. En het dan wel als smoesje gebruiken! Ik bedoel alleen maar: “Nee, u mag me niets vragen!” En dat bedoel ik echt. De vraag is immers niet: “Kunt u me de weg naar het station vertellen?” Of zoiets.
De zomer moet nog op gang komen. Dat denk ik op het strand van Bergen aan Zee waar ik een beetje achteraf zit, want ik heb al gezwommen, in alle vroegte, wanneer je er echt even `doorheen’ moet en er daarom haast niemand in het water is. Als je je staat af te drogen, noemt een voorbijganger je `bikkel’ en dat hoor je niet zo vaak. Je knikt als Man van de Wereld die elders om de haverklap aan diepzeeduiken doet, nu toevallig even niet.