Nee, dan Angela Merkel. Die zegt tegen haar landgenoten dat Kerstmis gewoon doorgaat, MITS iedereen zich goed gedraagt. En waarschijnlijk doet iedereen dat dan ook. Kerstmis is een beloning, ook een compliment. Hier lukt dat niet, denk ik. Als wij iets willen, moet het er meteen zijn, hoe dan ook.
Groot deel van de thuiswerkers heeft fysieke klachten. Vakbond CNV heeft dat onderzocht en vindt het uiteraard onacceptabel. Het is niet ondenkbaar dat er spoedig een Nationaal Platform Thuiswerkers komt, met een voorzitter die in alle praatprogramma’s verontwaardigd mag leeglopen. Er moet een fitpakket komen en een online coach die de thuiswerker fysiek en mentaal begeleidt. Het probleem komt vooral voort uit een verkeerde houding. De gemiddelde thuiswerker heeft dat pas laat in de gaten, meestal te laat, het kalf is dan al verdronken.
Er kwam bericht van mijn bank: ik moet me opnieuw identificeren. Vanwege nieuwe wet- en regelgeving. Ik voel dan meteen lichte paniek, want moet vast iets doen wat ik niet kan. Klinkt zo kinderachtig, maar ik heb me nooit op dit soort kwesties geconcentreerd. Tegelijkertijd denk: kom op, je bent onderhand best lang volwassen, zit alsjeblieft niet te zeuren.
Gisterochtend was er op de radio een gesprek met een hoge manager van de politie. De presentator noemde zijn functie, maar die klonk zo ingewikkeld dat ik die nauwelijks kan reproduceren. Als ik het kort door de bocht samenvat ging hij over lawaai en overlast. Van dat laatste ben ik niet helemaal zeker.
Ah, daar is de vage kennis die niet voor niets een vage kennis is. Je hebt haast, niet echt, maar toch genoeg om het haast te noemen, en dan loop je bijna tegen de vage kennis aan. Die vraagt onmiddellijk hoe het met je gaat, maar wacht je antwoord niet af en begint over zichzelf te praten, en niet zo’n beetje ook. Het is een egomaan betoog dat je nauwelijks kunt onderbreken, maar dat doe je toch, na een minuut of tien: “Sorry, ik moet nu echt gaan. Dadelijk staat er bezoek voor de deur.”
Erg te moeten zeggen maar toch vroeg ik me even af: zet ik de klok vannacht nu voor- of achteruit? Die vraag duurde niet zo lang als een paar jaar geleden, want inmiddels heb ik het ezelsbruggetje onthouden: voorjaar vooruit. Zelfs het onthouden van dat ezelsbruggetje kostte enige moeite. Zomertijd en wintertijd, het is allemaal begonnen in 1977, vanwege de oliecrisis –heeft het geholpen? Waarom ik dan toch ieder jaar moet beseffen hoe het ook alweer zit, snap ik niet. Misschien omdat het iets raars heeft, dat gerommel met tijd.
Soms denk ik aan de laatste dagen van het jaar. Ik hoor bij de mensen die dan een beetje wegzinken in zachte melancholie en in die stemming gaan mijmeren over de gebeurtenissen van het bijna voorbije jaar.
Kwam bekoorlijk aan, foto gisteren in deze krant: grootvader met twee kleinkinderen versieren een kerstboom. Geen foto van vorig jaar, nee nu, oktober. Achter de kleinzoon zag ik op een sierlijk tafeltje ook nog zo’n kerstding staan dat zich nauwelijks laat omschrijven, wat je met veel kerstdingen hebt: vrolijk kerstmannetje en een bal, wat groene details, soort kerkje, het is lelijk en heeft ook iets gezelligs zonder dat je kunt zeggen wat dat is. Veel kerstgezellige warenhuisobjecten zijn geheimzinnig .
Waarom lezen we gefascineerd over het leed van anderen? Waarom kijken we naar een film die begint met een psychopathische clown met een hakbijl op weg naar een boerderij? Misschien doen we dat om ervan te leren. Leed kan te voorkomen zijn als je sommige dingen niet doet. Welke dingen? Nou, de dingen waarover je net gelezen hebt. En als je een clown tegenkomt op een plek waar je die niet verwacht, moet je niet meteen denken dat hij grappige kunstjes gaat vertonen. We worden er dus wijzer van, van zo’n boek of film.
Er zijn mensen die altijd iets willen zeggen, ook als het écht niet hoeft, een commentaartje, meninkje, grapje. Of per se iets willen delen, meestal over het weer: “Stevig windje.” Meestal kun je er nauwelijks op reageren, ja, met “Zeg dat wel” of om een grapje luchtig lachen. Heb ik bezwaar tegen deze mensen? Nee, in principe niet, maar toch probeer ik ze te mijden. Ik kan dan ineens een hoek omslaan of net doen of ik iets vergeten ben, klapje tegen het voorhoofd en hoofdschuddend rechtsomkeer maken.