Als je een zonnetje in huis bent, en waarom zou je dat niet zijn, kan dat natuurlijk ook op straat of breder: in het dagelijks leven in het algemeen. Ik bedoel dat ik de afgelopen dagen veel gejammer over het weer hoorde, terwijl er een paar weken geleden de klacht leefde dat er nooit meer een echte winter komt. En nu doet de winter zijn best een echte winter te zijn, even, heus niet erg lang, en dan is het weer niet goed. We zijn een volk van zeurpieten.
Van het hoogste belang is dus het snoer waaraan die kleine nepkaarsjes zitten, enorm efficiënt op te rollen. Geen risico nemen. Ik zeg er zelfs bij: `Voordat we het in de gaten hebben, is het december en staan we de kerstboom weer op te tuigen. En als we dan een uur bezig zijn dat snoer hanteerbaar te krijgen, is de lol er een beetje af.’ Ik houd niet zo van het woord `lol’, maar soms moet je het gebruiken om een zekere gemoedstoestand te typeren. Het versieren van de kerstboom is geen ontspannen karwei als je eerst hebt staan ruziën over dat stomme snoer.
Boven een artikel in deze krant zie ik zaterdag staan: Invoering vuurwerkverbod kent nog haken en ogen. Neem ik meteen aan en ik snap ook dat er best andere mogelijkheden zijn dan die we in de nacht van woensdag op donderdag meemaakten, maar toch: moet het niet beginnen met een enorm NEE en daarna een hele tijd niets en dan eens kijken of er ruimte is voor uitzonderingen? Maar eerst dat enorme NEE. Wie kan daar nog moeilijk over doen, behalve de ontremde landgenoten die van de jaarwisseling oorlog maakten en over wie we de dagen erna weinig hoorden?
Herhaling kan een zekere orde ondersteunen, overzicht bewerkstelligen en heeft daarom in veel gevallen iets geruststellends. Soms heeft die herhaling een tragische uitstraling, zonder dat ik kan uitleggen hoezo.
Vuilniszak! Met dat woord schoot ik gistermorgen vroeg wakker. En meteen betreurde ik dat: niet echt een woord om de eerste ochtend van het nieuwe jaar mee te beginnen. Gráág ander woord, sterrenhemel of uitzicht, ik noem maar wat, of lentebries. Omhelzing! Er zijn er zo veel, maar liever niet vuilniszak. Ik snap wel hoe het komt: donderdagochtend, vuilniszak(ken) buiten zetten, ook al is het nieuwjaarsdag, donderdag is donderdag, en voor 8 uur, anders laat de gemeente je met de rotzooi zitten.
Is een traditie geworden: op de laatste dag van het jaar koop ik een boek waarvan ik denk dat het past in mijn gedachten over de afgelopen 12 maanden en die over het nieuwe lange jaar dat morgen begint. Ik denk dat het het laatste boek van de Vlaamse psychiater Dirk De Wachter wordt, Wachten.
Even terug naar zondag. Heb net mijn column klaar. Een vriend belt: `Je bent zeker een nieuwe column aan het schrijven.’ Ik begrijp wat hij bedoelt, zeg dat ik er nog niet aan toe ben. Zojuist is bekendgemaakt dat Brigitte Bardot is overleden. De laatste jaren dacht ik niet vaak aan haar, maar in de eerste fase van mijn leven was dat anders.
Wat me altijd prima bevalt is wanneer sportverslaggevers de gedachten weergeven van de sporters van wie ze prestaties volgen. Dus over een voetballer die scoort: `Hij dacht aan zijn vader die net uit het ziekenhuis ontslagen is.’
De meeste woorden die met de winter te maken hebben, hoor ik graag. Bijvoorbeeld: ijspret. Of: de ijzers, in de zin `Nederland bindt de ijzers onder’. Op eerste kerstdag bleef het stil, maar gisteren was het kersen plukken. De Winterswijkse IJsvereniging hoort natuurlijk ook bij die woorden. Die is er altijd razendsnel bij: eerste marathon op natuurijs.
Daar heb ik helemaal geen zin in! Dacht ik gisterochtend toen ik deze krant slordig had opengeslagen en meteen bij een foto terechtkwam waarop Barry Madelener te zien is. Wie? Barry Madlener! Was PVV-minister van Infrastructuur en heeft ervoor gezorgd dat er op, ik meen, vier wegen 130 km gereden mag worden. Heeft hij hard voor gewerkt. Om het vriendelijk te zeggen een nogal zielig succes dat in het korte rijtje staat van wat het Kabinet-Schoof tot stand heeft gebracht. Er stonden nog een paar dingen in, maar die zijn min of meer vergeetbaar.