Wanneer zich een nieuwe politieke partij aandient, horen we min of meer meteen: Nederland snakt naar verandering. Misschien moet de leider van die partij dat wel zeggen, want het is goed groot in te zetten. Snak ik naar verandering? Ken ik mensen die snakken naar verandering? Twee keer nee. Er is heel veel wat beter kan, maar dat is niet de verandering waarnaar we volgens de nieuwe politieke leider snakken.
In de polikliniek opent de arts zwierig de deur van zijn spreekkamer. Naast zijn bureau staat een jonge vrouw met een wat breekbare uitstraling. De arts wijst naar haar: ‘Dit is Annika. Ze kijkt vandaag met ons mee. Als u daar tenminste geen bezwaar tegen heeft.’ Heb ik niet. Ik kom de toestand van mijn knie bespreken. Niet de mentale gevolgen van een brandende geslachtsziekte. Knie. Iedereen heeft knieën. Annika ook. Ik geef haar hand en ze zegt dat ze Annika heet.
Het werkwoord ‘taarten’ kende ik niet. Betekent een taart naar iemands gezicht gooien of erin duwen. Dat laatste heeft de voorkeur, omdat het effectiever is. Ik kwam het tegen in een artikel over de maandag overleden Belgische activist Noël Godin, die het had gemunt op iedereen die naast zijn of haar schoenen liep. Hij verzette zich tegen pretenties. Dan kwam die taart. Hij had een officiële bijnaam: l’Entarteur. ‘De taartengooier’ dus en in het Frans klinkt het als een echt beroep waarvoor je een paar jaar moet hebben gestudeerd.
Zou het erg zijn als we het niet meer over het Songfestival hadden? Ik denk het niet. Week of twee stilte daaromtrent en het is uit onze gedachten verdwenen. Wat Angela de Jong ergens van vindt, probeer ik zoveel mogelijk aan me voorbij te laten gaan, maar nu kwam haar reactie toch op mijn pad. Had ik niet zien aankomen. Zij stelt dat ons ‘iets wezenlijks’ wordt onthouden. En is daarover verontwaardigd.
Natuurlijk weet dat ik het ben, maar ik noem me niet graag consument. Vind ik een hebberig woord. Zie dan meteen een krantenfotootje van mijn hoofd voor me, verontwaardig, vastberaden blik, en daaronder: T. Verbogt, consument. Alle woorden die ermee te maken hebben, staan me ook niet aan, terwijl ik heus wel weet dat ze bij ons dagelijks leven horen. Consumptie bijvoorbeeld. Word je ergens voor uitgenodigd, een gesprek, en staat onderaan: Daarna gezellig samenzijn met gratis consumptie.
Afgelopen dagen was Zandvoort zo’n beetje de hoofdstad van Nederland. Op de radio werd er om de haverklap naar overgeschakeld en telkens was er een nieuwtje of een weetje. Ik heb niet zo veel met de autosport, maar voel altijd belangstelling voor gebeurtenissen die 100 duizend mensen mobiliseren. Ook hier: wat is het precies? Natuurlijk waren er weer van die ultrakorte gesprekjes met de bezoekers, nou ja, gesprekjes, we hoorden vooral het antwoord op een vraag: ‘Ja, de laatste keer, hè.’ Of: ‘Max Verstappen natuurlijk.’
Van clubs en clubjes houd ik zeer, maar ik doe er verder niets mee, omdat ik me wijsmaak dat ik het te druk heb. Of het te druk wil hebben, misschien bang dat tijd anders zomaar voorbijgaat. Toen mijn leven er kalmer uitzag, was ik lid van een bloeiende kaartclub, bestaande uit vier personen, van wie een voorzitter, een ander secretaris, verder een gewoon lid en dan nog een lid externe betrekkingen. Vond ik fantastisch. Ledenvergadering, notulen, jaarlijks clubuitstapje.
Rekeningen die ik moet betalen, spaar ik altijd even op. En ondertussen probeer ik er zo min mogelijk aan te denken. Ze liggen op een uithoek van mijn bureau en bovenop dat stapeltje heb ik een boek met humoristische verhalen gelegd. Wanneer ik dat boek zie, moet ik glimlachen. Als ik vind dat het tijd wordt voor die rekeningen, ga ik er een beetje gewichtig voor zitten. Ik wil me thuisbankier voelen, een woord dat zo zwaar is dat ik het niet over mijn lippen krijg. Ik doe nog net niet mijn zondagse pak aan.
Je moet altijd voor jezelf opkomen. Heb ik geleerd, ben ik het mee eens, maar soms is het moeilijk. Nee, niet moeilijk, ingewikkeld. Ik merk dat ik niet goed kan uitleggen waarom. Zaterdag stond er in Trouw een interview met psychiater Annemieke Dols die zegt woedend te zijn op ‘oude witte mannen’. Ze houdt vaak een lezing en aan het eind ervan komt dan een oude witte man met een vervelende vraag of een vervelend verhaal. Kan ze niet tegen, wat ik begrijp.
In ons geheugen zit veel meer dan we denken, Het is soms even zoeken. Je voelt dat er een herinnering wakker wordt, maar waar zit die? Je ziet iemand aan de overkant van de straat lopen die je herkent, maar waarvan? Lang geleden, dat wel, maar niets in ons korte leven is erg lang geleden. Je bladert door je verleden met in je hoofd het gezicht van wie je net zag aan de overkant. Ineens: het huwelijksfeest van vrienden, in de tuin en in die tuin een bar, ja daar. Je hoort weer wat je zegt en waarom jullie gelachen hebben. Momenten van innige vreugde.