Gistermiddag zwaaide ik familie uit, wil weer naar binnen gaan en dan stopt er een man op een fiets, een fiets met veel erop en eraan. De man heeft een gedistingeerde grijze kuif en een parmantige bril op, grijs pak, zijn voeten steken in modieuze sandalen. Ze zijn bloot, die voeten. Kán, maar we moeten niet sollen met de herfst. Hij vraagt: ‘Mag ik u iets vragen?’
Vrijdagavond had ik op de bank succesvol meegedaan met de kennisquiz 2 voor 12. Moe van voldaanheid bleef ik daarom nog even zitten en belandde in het politieke programma Café Kockelmanndat heel weinig van een café heeft, terwijl het er toch gezellig aan toegaat. Zo gezellig dat ik presentator Sven Kockelmann nauwelijks herken. Ja, ik weet natuurlijk dat hij Sven Kockelmann is, en er komt steeds meer Sven Kockelmann bij, maar hij is veel milder dan ik van hem gewend ben. Goedmoedig zelfs.
November lijkt nog ver weg, maar na half september begint het jaar op te schieten. Herfstwinden voeren die snelheid nog op. Op 14 november komt Sinterklaas aan in Grave. Ik neem aan dat er al lichte onrust tintelt door het sympathieke vestingstadje. Er zal vast op volle kracht een denktank functioneren.
Het was, meen ik de heer Paternotte, die woensdag tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen met het beeld kwam, het beeld van een kruispunt: ‘Je kijkt eerst naar links, dan naar rechts, weer naar links en dan pas steek je over.’ Helder. Over nagedacht. Misschien kon hij wel niet wachten. Ging over samenwerken. Ik hoorde het mooie woord nog nooit zo vaak als afgelopen dagen. De koning was ermee begonnen Was het de heer Eerdmans die zei dat het geen kruispunt was, maar een T-splitsing: ‘Je gaat of naar links of naar rechts. Rechtdoor beland je in de berm.’
Was de laatste campagne van SIRE (Stichting Ideële Reclame) een die ons namens de overheid aanspoorde wat vaker zomaar een praatje met iemand te beginnen, met bijvoorbeeld als opening: ‘Wat een leuk hondje heeft u’? Moet er natuurlijk wel een hondje zijn, anders wordt het een ander gesprek dan SIRE bedoelt en doemen al snel hulpverleners in witte jassen op. Gisteren zat ik in deze krant een stuk te lezen over webshops die ons voortdurend verleiden snél en méér te kopen. Uiteraard mét tips om valstrikken te voorkomen. Zonder tips kunnen we niet.
In het televisiejournaal van eergisteren werd aandacht besteed aan jongeren die na hun schooltijd een tussenjaar nemen, niet om op reis te gaan, maar om zich te oriënteren op een beroepsopleiding. Als ik het goed begreep, waren het allemaal beroepen in de technische sfeer, dus voor vakmensen zonder wie wij niet kunnen. De presentator van het journaal sprak de hamvraag intens uit: ‘Wat wil je later worden?’ Daar ging het om. Vijf woorden met een loodzware betekenis.
Eerste keer dat ik het woord gebruik: sjeu. Heb er ook een zinnetje voor: De sjeu is wel een beetje af van Prinsjesdag. Ik betreur dat, want ben een voorstander van dagen met sjeu. Wat de regering bekend gaat maken, is voor het merendeel oud nieuws. Min of meer alles van belang is gelekt. Of het onbegrijpelijk is dat zoiets niet valt tegen te houden, geen idee. In die kringen verkeren vast veel mensen die lekken opwindend vinden. Het is ook leuk: ‘Ik weet lekker iets wat jij niet weet.’
Wat bij mij maar niet overgaat, is de lichte of minder lichte paniek die er ontstaat als er iets in huis kapotgaat. Ik heb niet niet over vallend glaswerk, nee, elektriciteit, leidingen. Er komt dan een vakman die eerst een tijdje ernstig zijn hoofd schudt, soms, nee vaak, met de woorden: ‘Dat is niet zo best.’ Die typering van het probleem is niet aan me besteed, ik wil perspectief.
Op de dag waarop we een ingrijpende gebeurtenis herdenken, zeggen we vaak waar we waren toen we erover hoorden. In de eerste fase van mijn leven was dat de moord op president Kennedy. Ieder jaar weer op 22 november. Het was niet alleen de schok die grimmig door de wereld trok, maar ook het geloof in een nieuwe tijd dat onderuitgehaald werd. Vandaag de aanslag op New York, vijfentwintig jaar geleden, de aanslag op de hele wereld. De verbijsterende, ja, angstaanjagende beelden ‘Waar was je die dag? Op dat uur?’