De week begon gisteren met Grote Woorden. Op weg naar een regeerakkoord, bedoel ik. De week kreeg meteen ook een naam: De Week van de Waarheid. Moet je altijd voorzichtig mee zijn, soms laat de waarheid zich niet in een week vangen, maar oké, je mag best hoog inzetten.
Een vriend van me en zijn vrouw hebben een populair café in de hoofdstad. Het is er altijd vol en heftig. Hun vrije tijd brengen ze vooral door in een huisje op of naast de Veluwe.
Drukke, vrolijk receptie, aangename ruimte, ruisende gesprekken, ik maak het meteen allemaal mee wanneer ik binnenkom, maar toch: lichte paniek. In mij gromt best hard de vraag hoe ik het allemaal ga redden. Ah, gelukkig, daar zie ik een vrouw die ik ken, een baken in deze gezellige chaos. Ze kijkt ook mijn richting uit, ik omhels haar en zeg dat het lang geleden is. Ze vraagt wát lang geleden is. Dat wil ik zeggen, maar dan dringt het tot me door dat ik me vergis. Ik ken haar helemaal niet en verontschuldig me enorm.
Met veel van wat het leven aangenamer kan maken, gaat het bergafwaarts. Dat besef je zeker in de schrale januarimaand. Je krijgt steeds minder zin de deur uit te gaan. Er is een branche die geen last heeft van deze tijd: de koffietenten. Dinsdag las ik er een groot stuk over in Trouw. De teller staat op ruim 2000. Zijn vooral jongeren die er graag komen. En met jongeren worden bedoeld mensen tussen de 13 en 28 jaar. Het heet `een koffietje drinken’.
Je zit in een café met een vriend te praten en ineens zet de ober een schaaltje met noten op tafel, van die noten die na een uitvaart `luxe noten’ heten. De ober zegt: `Wat te knabbelen voor de heren.’ Sympathiek gebaar, zeker in de schrale januarimaand, maar toch huiver ik. Komt door het woord `knabbelen’. Misschien lichte aanstellerij, maar ik verdraag het nauwelijks.
De betekenis aan het woord `niks’ is breed. Denk bijvoorbeeld aan een zinnetje dat we in onze kindertijd vaak uitspraken: `Ik heb niks gedaan.’ Meestal had je dat wel, maar je beoordeelde dat niet als storend. Of je had juist iets anders gedaan, terwijl je had moeten doen waarover je bestraffend werd toegesproken.
Gisteren nam ik me voor vandaag anderhalf uur eerder naar de sportschool te gaan. Ik ben altijd al vroeg, want ik houd van de stilte die hoort bij het begin van de dag, maar vandaag moet het maar nog vroeger. Meteen na openingstijd. Voor dag en dauw, terwijl het nog een beetje nacht is. Ooit nam ik me voor zo min mogelijk te doen waar ik geen zin in heb, maar de werkelijkheid zit zo in elkaar dat dat voornemen helaas niet vol te houden is.
Een bericht dat al een week zacht om aandacht vraagt, is dat over de Barbie met autisme. Het ligt op mijn bureau, ik lees het zo nu en dan en weet niet wat voor mening ik erover moet hebben. Die mening heb ik nodig, omdat er in huis een paar Barbies zijn. Ze horen thuis in de kleine wereld van Kes die in november vier werd en nu zegt bijna vijf te zijn. Ze is minstens een keer per week hier en dan komen ook die Barbies in actie.
Het kan geen kwaad gewoon maar toe te geven meer niet te begrijpen dan wel. En daarbij ook inzien dat het aan jezelf ligt. Komt zelfkennis ten goede. Dagelijks probeer ik dat onvermogen onder ogen te zien. Gisteren had ik dat bijvoorbeeld met het bericht over de versoepeling van bonusregels voor bankiers. Meerderheid van de Kamer wil dat. Ik neem aan dat de aanleiding gemor in de bankierswereld is: hartstikke leuk vak, maar we willen wel dat er wat aan die bonussen wordt gedaan.