Nuttig ook bij de kleine, misschien onbelangrijke veranderingen in je leven stil te staan en je af te vragen wat ze betekenen. Voorbeeldje: de vliegtuigspotters die ik de afgelopen dagen op Schiphol zag. Tot voor kort vond ik het rare zonderlingen. Je fotografeert vliegtuigen, nou en? Ook dat vliegtuig van de Amerikaanse president, wie kent het niet? Wat doe je met die foto’s? Misschien bekijk je ze thuis een paar keer om telkens vast te stellen dat ze goed gelukt zijn, maar daarna?
Waar ze mee zouden moeten ophouden in het Journaal en actualiteitenrubrieken, ook op de radio, zijn die superkorte en niksige straatinterviews met willekeurige voorbijgangers. Mensen moeten meteen een opvatting of `een gevoel’ paraat hebben en dat is soms al moeilijk als je enige tijd hebt om het voor te bereiden, dus zeker wanneer je ineens een microfoon voor je mond krijgt. Bijvoorbeeld als het érg warm is. De journalist: “Ik zie dat u het warm heeft.” Willekeurige voorbijganger: “Ja, het is erg warm.”
Weet niet waarom, maar ik geloof niet dat ik Den Haag wil wonen. Maar deze dagen wel! Liefst in het centrum, zo dicht mogelijk bij de NAVO-gebeurtenissen. En dat het dus moeite kost om bij je woning te komen, terwijl dat in principe wel mag, als je maar tot op het bot beseft dat het niet zomaar gaat. Is waarschijnlijk licht kinderachtig, maar ik houd daar enorm van, van de triomf en de opluchting als je na een stevig gesprekje toch door mag lopen.
Hij zal waarschijnlijk niet zelf zijn koffer inpakken, maar president Trump beseft het waarschijnlijk wel: morgen naar Nederland. Waar het precies ligt, hoeft hij niet te weten, want het transport wordt geregeld. Wat moet hij er ook alweer doen? Ja, golfen, maar er was nog iets. O ja, die vergadering. Pet op of zonder pet? Natuurlijk is het nog niet zeker, niets is zeker, misschien wel, misschien niet, misschien als vredestichter eerst hier en daar nog wat bommen droppen.
Was het eerder deze week warmer dan het vandaag wordt? Mij staan vaag beelden in het Journaal bij: in, ik meen, Kerkrade had de gemeente een ruimte opengesteld waar het koel was. Daar konden mensen heen die last hadden van de warmte of bang waren dat ze dat zouden krijgen. Daar kregen ze grote glazen water. Wat het Journaal vaak doet, vooral in de zomer, is open deuren nog meer open zetten: aan mensen die daar water zaten te drinken, vroegen ze hoe ze het vonden. Het antwoord luidde dat het hier gelukkig koel was.
Een jubileum dat veel losmaakt wat niet per se losgemaakt hoeft te worden, maar wél leuk is: vijftig jaar geleden konden we voor het eerst de film over de terreur van de reusachtige witte haai zien: Jaws, heldere titel. Ik zeg niet meer: onvoorstelbaar dat het al vijftig jaar is.
Nog nooit heb ik gevoeld dat ik tot een groep behoor die geen stem heeft. Ik weet dat die groepen bestaan, vaak in omstandigheden waaraan ik niet moet denken. Over die omstandigheden heb ik makkelijk praten, want die zijn ver weg. In dit kleine land hoef je maar te zuchten en iedereen hoort je.
Gisteren zongen er de hele dag de mooiste liedjes door mijn hoofd en ik wist niet welke ik het allermooiste vond. Je voelt je bevoorrecht als je die keuze niet kunt maken. Hoeft ook niet! Kwam doordat ik in De Volkskrant een stuk had gelezen over wat veel kenners het mooiste popliedje aller tijden vinden: God Only Knows van vorige week overleden Brian Wilson van The Beach Boys.
Wat me altijd verbaast en verontrust is dat we in een van de rijkste landen van de wereld leven terwijl gezondheidszorg, onderwijs en veiligheid financieel maar niet goed geregeld kunnen worden. Misschien is het een simpel begin van dit stukje, maar ja, het wordt nooit helder uitgelegd waarom het niet lukt. Wie zou dat moeten doen? Kan toch niet dat steeds meer fysiotherapeuten stoppen! Komt in belangrijke mate door de zorgverzekeraars, begrijp ik zonder dat ik het weet of ik het goed begrijp, maar volgens mij wel. Te weinig geld, te grote werkdruk.